Стаття 6:6:6:3
чиннаЗобов'язання в цілому
Орган прокуратури надсилає документи, що стосуються справи, до суду. Після цього суд невідкладно призначає день для розгляду справи, якщо тільки попереднє ознайомлення з документами не дає судді підстав визнати позов або заяву неприйнятними без проведення розгляду.
Орган прокуратури викликає засудженого, а також, якщо для цього є підстави, особу, на яку покладено нагляд служби пробації, для участі в судовому засіданні, з врученням засудженому копії вимоги або висновку.
Якщо не встановлено, що засуджений має захисника, і прокуратура вимагає прийняття рішення, прокуратура повідомляє про цю вимогу правління ради з надання правової допомоги, яке призначає захисника для засудженого. У разі прийняття рішення, яке не вимагається прокуратурою, суд, якщо не встановлено, що засуджений має захисника, перед початком розгляду справи надає вказівку правлінню ради з надання правової допомоги щодо призначення захисника. Статті 38, 43–46 застосовуються відповідним чином.
Засуджений та особа, на яку покладено нагляд з боку служби пробації, можуть ознайомитися з матеріалами справи до початку розгляду. Якщо справа розглядається кантональним суддею (kantonrechter), це саме правило застосовується щодо особи, спеціально уповноваженої на це засудженим. Положення, передбачені статтею 32 та на її підставі, застосовуються відповідним чином.
Як орган прокуратури, так і засуджений мають право викликати свідків та експертів у судовому порядку або шляхом письмового виклику для забезпечення їхньої присутності під час розгляду справи. Статті 260, 263 та 264 застосовуються відповідним чином.
Якщо на момент розгляду справи засуджений ще не досяг вісімнадцятирічного віку, статті 495b–498 та 503 застосовуються відповідним чином.
Het openbaar ministerie zendt de op de zaak betrekking hebbende stukken aan het gerecht toe. De rechter bepaalt daarop onverwijld een dag voor het onderzoek van de zaak, tenzij de summiere kennisneming van de stukken de rechter aanleiding geeft de vordering of het verzoek zonder behandeling niet-ontvankelijk te verklaren.
Het openbaar ministerie doet de veroordeelde en, indien daartoe aanleiding is, degene die met reclasseringstoezicht is belast, tot bijwoning van de zitting oproepen, onder betekening van de vordering of de conclusie aan de veroordeelde.
Indien niet blijkt dat de veroordeelde een raadsman heeft, en het openbaar ministerie vordert dat de beslissing zal worden genomen, geeft het openbaar ministerie kennis van deze vordering aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand dat voor de veroordeelde een raadsman aanwijst. In geval van een beslissing die niet op vordering van het openbaar ministerie zal worden genomen, geeft de rechter, indien niet blijkt dat de veroordeelde een raadsman heeft, voorafgaand aan het onderzoek aan het bestuur van de raad voor rechtsbijstand last tot aanwijzing van een raadsman. De artikelen 38, 43 tot en met 46 zijn van overeenkomstige toepassing.
De veroordeelde en degene die met reclasseringstoezicht is belast, kunnen vóór de aanvang van het onderzoek kennisnemen van de stukken. Indien de zaak bij de kantonrechter wordt behandeld, geldt hetzelfde ten aanzien van een bijzonder daartoe door de veroordeelde gemachtigde. Het bepaalde bij en krachtens artikel 32 is van overeenkomstige toepassing.
Zowel het openbaar ministerie als de veroordeelde zijn bevoegd getuigen en deskundigen te doen dagvaarden of schriftelijk te doen oproepen om bij het onderzoek tegenwoordig te zijn. De artikelen 260, 263 en 264 zijn van overeenkomstige toepassing.
Indien de veroordeelde op het tijdstip dat de zaak dient, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, zijn de artikelen 495b tot en met 498 en 503, van overeenkomstige toepassing.