Article 43
in forceContact with the outside world
The juvenile has the right to receive visitors for at least one hour per week at the times and places established in the house rules. Our Minister may lay down further rules regarding the admission and refusal of visitors. Rules regarding the application for visits shall be laid down in the house rules.
The director may limit the number of persons permitted to visit the juvenile simultaneously, if this is necessary in the interest of maintaining order or safety within the institution.
The director may refuse a specific person or specific persons access to the juvenile, if this is necessary with a view to an interest as referred to in Article 41, paragraph 4. This refusal of a visitor on the grounds of Article 41, paragraph 4, under a, b, d or e, shall apply for a maximum of twelve months.
The director may determine that supervision is exercised during the visit, if this is necessary with a view to an interest as referred to in Article 41, paragraph 4. This supervision may include listening to or recording the conversation between the visitor and the juvenile. The parties involved shall be notified in advance of the nature and the reason for the supervision.
Every visitor must identify themselves in a proper manner upon entry. The director may determine that a visitor shall be searched for the presence of objects that may pose a danger to the order or safety within the institution. This search may also extend to objects brought in by the visitor. The director is authorised to take such objects into custody for the duration of the visit against issuance of a receipt, or to hand them over to an investigative officer with a view to the prevention or detection of criminal offences. The director may attach conditions to a proposed visit by a person who has previously been denied access pursuant to the third paragraph. These conditions may include that the visitor, prior to the visit, be subjected to a body search. This search may also include the external inspection of the orifices and cavities of the visitor's body.
The director may terminate the visit within the allotted time and have the visitor removed from the institution, if this is necessary with a view to an interest as referred to in Article 41, paragraph 4.
The persons and authorities referred to in Article 42, paragraph 1, under (f), (g), (h), and (i), under 2°, shall have access to the juvenile at all times. The other persons and authorities referred to in that paragraph shall have access to the juvenile at the times and places established in the house rules. If the persons referred to in Article 42, paragraph 1, under (k), prove unable to visit the juvenile at the times and places established in the house rules during the week due to urgent obligations or impediments, the director shall provide them with the opportunity to do so outside these times, during the week or on the weekend. During such visit, they may converse freely with the juvenile, except in the event that the director, after consultation with the visitor concerned, is of the opinion that the juvenile poses a serious danger to the safety of the visitor. In that case, the director shall notify the visitor prior to the visit which supervisory measures will be taken to allow the conversation to proceed as undisturbed as possible. The supervisory measures may not result in confidential communications in the conversation between the juvenile and their legal counsel becoming known to third parties.
De jeugdige heeft het recht gedurende ten minste één uur per week op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen bezoek te ontvangen. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de toelating en weigering van bezoek. In de huisregels worden regels gesteld omtrent het aanvragen van bezoek.
De directeur kan het aantal tegelijk tot de jeugdige toe te laten personen beperken, indien dit noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting.
De directeur kan de toelating tot de jeugdige van een bepaalde persoon of bepaalde personen weigeren, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 41, vierde lid. Deze weigering van een bezoeker op de grond van artikel 41, vierde lid, onder a, b, d of e, geldt voor ten hoogste twaalf maanden.
De directeur kan bepalen dat tijdens het bezoek toezicht wordt uitgeoefend, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 41, vierde lid. Dit toezicht kan omvatten het beluisteren of het opnemen van het gesprek tussen de bezoeker en de jeugdige. Tevoren wordt aan betrokkenen mededeling gedaan van de aard en de reden van het toezicht.
Iedere bezoeker dient zich bij binnenkomst op deugdelijke wijze te legitimeren. De directeur kan bepalen dat een bezoeker aan zijn kleding wordt onderzocht op de aanwezigheid van voorwerpen die een gevaar kunnen opleveren voor de orde of de veiligheid in de inrichting. Dit onderzoek kan ook betrekking hebben op door hem meegebrachte voorwerpen. De directeur is bevoegd dergelijke voorwerpen gedurende de duur van het bezoek onder zich te nemen tegen afgifte van een bewijs van ontvangst dan wel aan een opsporingsambtenaar ter hand te stellen met het oog op de voorkoming of de opsporing van strafbare feiten. De directeur kan voorwaarden verbinden aan het voorgenomen bezoek van een persoon aan wie op grond van het derde lid eerder de toegang is geweigerd. Deze voorwaarden kunnen inhouden dat de bezoeker voorafgaand aan het bezoek, aan zijn lichaam wordt onderzocht. Dit onderzoek kan mede omvatten het uitwendig schouwen van de openingen en holten van het lichaam van de bezoeker.
De directeur kan het bezoek binnen de daarvoor bestemde tijd beëindigen en de bezoeker uit de inrichting doen verwijderen, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 41, vierde lid.
De in artikel 42, eerste lid, onder f, g, h, en i, onder 2°, genoemde personen en instanties hebben te allen tijde toegang tot de jeugdige. De overige in dat lid genoemde personen en instanties hebben toegang tot de jeugdige op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen. Indien de in artikel 42, eerste lid, onder k, genoemde personen vanwege dringende verplichtingen of belemmeringen niet in staat blijken de jeugdige op de in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen gedurende de week te bezoeken, stelt de directeur hen buiten deze tijden, door de week of in het weekeinde, daartoe in de gelegenheid. Tijdens dit bezoek kunnen zij zich vrijelijk met de jeugdige onderhouden, behoudens ingeval de directeur, na overleg met de desbetreffende bezoeker, van mening is dat van de jeugdige een ernstig gevaar uitgaat voor de veiligheid van de bezoeker. In dat geval laat de directeur voor het bezoek weten welke toezichthoudende maatregelen genomen worden om het onderhoud zo ongestoord mogelijk te laten verlopen. De toezichthoudende maatregelen mogen er niet toe leiden dat vertrouwelijke mededelingen in het onderhoud tussen de jeugdige en diens rechtsbijstandverlener bij derden bekend kunnen worden.