Dutch Legislation

Article 40b

in force

Contact with the outside world

Custodial Institutions Act (Pbw) · Chapter VII · In force since 2025-11-01

Source
1.

A detainee who is staying in an extra-secure facility as referred to in Article 13, paragraph 1, point (d), shall be given the opportunity to:

a.

to receive visitors for one hour per week;

b.

to conduct one telephone conversation of ten minutes once per week.

2.

The detainee shall receive per visiting session only one adult visitor or one minor visitor accompanied by one adult visitor.

3.

Supervision shall be exercised over the visit and the telephone conversation as referred to in Article 38, paragraph 4, and Article 39, paragraph 2, respectively.

4.

Our Minister may permit a temporary extension of the provisions of the first and second paragraphs if there are special circumstances that justify a temporary extension.

5.

Article 18, paragraphs 1 and 3, shall apply mutatis mutandis. Our Minister may summarily reject the petition if the detainee repeatedly submits manifestly unfounded petitions.

6.

Our Minister may at any time terminate the application of the fourth paragraph, if new facts or circumstances give cause to do so.

7.

Further rules regarding the application of the fourth and sixth paragraphs shall be laid down by ministerial regulation.

1.

De gedetineerde die verblijft in een extra beveiligde inrichting als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel d, wordt in de gelegenheid gesteld om:

a.

één uur per week bezoek te ontvangen;

b.

éénmaal per week tien minuten één telefoongesprek te voeren.

2.

De gedetineerde ontvangt per bezoekmoment slechts één meerderjarige bezoeker dan wel één minderjarige bezoeker vergezeld door één meerderjarige bezoeker.

3.

Op het bezoek en het telefoongesprek wordt toezicht uitgeoefend als bedoeld in artikel 38, vierde lid, respectievelijk artikel 39, tweede lid.

4.

Onze Minister kan een tijdelijke verruiming van het bepaalde in het eerste en tweede lid toestaan indien sprake is van bijzondere omstandigheden die een tijdelijke verruiming rechtvaardigen.

5.

Artikel 18, eerste en derde lid, is van overeenkomstige toepassing. Onze Minister kan het verzoek rauwelijks afwijzen indien de gedetineerde bij herhaling kennelijk ongegronde verzoeken doet.

6.

Onze Minister kan te allen tijde de toepassing van het vierde lid beëindigen, indien nieuwe feiten of omstandigheden daartoe aanleiding geven.

7.

Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld over de toepassing van het vierde en zesde lid.