Article 38
in forceContact with the outside world
The detainee has the right to receive visitors for at least one hour per week at times and places determined in the house rules. Our Minister may lay down further rules regarding the admission and refusal of visitors. Rules regarding the application for visits shall be laid down in the house rules.
The director may limit the number of persons to be admitted to the detainee simultaneously, if this is necessary in the interest of maintaining order or security within the institution.
The director may refuse the admission of a specific person or specific persons to the detainee, if this is necessary with a view to an interest as referred to in Article 36, paragraph 4. This refusal shall apply for a maximum of twelve months.
The director may determine that supervision is exercised during the visit, if this is necessary with a view to an interest as referred to in Article 36, paragraph 4. This supervision may include listening to or recording the conversation between the visitor and the detainee. The persons involved shall be notified in advance of the nature and the reason for the supervision.
Every visitor must identify themselves in a proper manner upon entry. The director may determine that a visitor shall be searched for the presence of objects that may pose a danger to the order or safety within the institution. This search may also extend to objects brought in by the visitor. The director is authorised to take such objects into custody for the duration of the visit against the issuance of a receipt, or to hand them over to an investigative officer with a view to the prevention or detection of criminal offences.
The director may terminate the visit within the allotted time and have the visitor removed from the institution if this is necessary with a view to an interest as referred to in Article 36, paragraph 4.
The persons and bodies referred to in Article 37, paragraph 1, under (g), (h), (i), under 2°, and (j) shall have access to the detainee at all times. The other persons and bodies referred to in that paragraph shall have access to the detainee at the times and places established in the house rules. During such a visit, they may converse freely with the detainee, unless the director, after consultation with the visitor concerned, is of the opinion that the detainee poses a serious danger to the safety of the visitor. In that case, the director shall inform the visitor before the visit which supervisory measures will be taken to allow the conversation to proceed as undisturbed as possible. The supervisory measures may not result in confidential communications in the conversation between the detainee and their legal counsel becoming known to third parties.
Visual supervision shall be exercised during a visit by the persons referred to in Article 37, paragraph 1, under (j), to a detainee who is placed in a unit for intensive supervision or in an extra-secure facility as referred to in Article 13, paragraph 1, under (d). This supervision may not result in confidential communications during the conversation becoming known to third parties.
Further rules regarding the supervision referred to in the eighth paragraph may be laid down by Order in Council. The recommendation for an Order in Council to be established pursuant to the first sentence shall not be made until four weeks after the draft has been submitted to both Houses of the States General.
De gedetineerde heeft het recht gedurende ten minste één uur per week op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen bezoek te ontvangen. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de toelating en weigering van bezoek. In de huisregels worden regels gesteld omtrent het aanvragen van bezoek.
De directeur kan het aantal tegelijkertijd tot de gedetineerde toe te laten personen beperken, indien dit noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting.
De directeur kan de toelating tot de gedetineerde van een bepaald persoon of van bepaalde personen weigeren, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 36, vierde lid. Deze weigering geldt voor ten hoogste twaalf maanden.
De directeur kan bepalen dat tijdens het bezoek toezicht wordt uitgeoefend, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 36, vierde lid. Dit toezicht kan omvatten het beluisteren of opnemen van het gesprek tussen de bezoeker en de gedetineerde. Tevoren wordt aan betrokkenen mededeling gedaan van de aard en de reden van het toezicht.
Iedere bezoeker dient zich bij binnenkomst op deugdelijke wijze te legitimeren. De directeur kan bepalen dat een bezoeker aan zijn kleding wordt onderzocht op de aanwezigheid van voorwerpen die een gevaar kunnen opleveren voor de orde of de veiligheid in de inrichting. Dit onderzoek kan ook betrekking hebben op door hem meegebrachte voorwerpen. De directeur is bevoegd dergelijke voorwerpen gedurende de duur van het bezoek onder zich te nemen tegen afgifte van een bewijs van ontvangst dan wel aan een opsporingsambtenaar ter hand te stellen met het oog op de voorkoming of opsporing van strafbare feiten.
De directeur kan het bezoek binnen de daarvoor bestemde tijd beëindigen en de bezoeker uit de inrichting doen verwijderen, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 36, vierde lid.
De in artikel 37, eerste lid, onder g, h, i, onder 2°, en j genoemde personen en instanties hebben te allen tijde toegang tot de gedetineerde. De overige in dat lid genoemde personen en instanties hebben toegang tot de gedetineerde op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen. Tijdens dit bezoek kunnen zij zich vrijelijk met de gedetineerde onderhouden, behoudens ingeval de directeur, na overleg met de desbetreffende bezoeker, van mening is dat van de gedetineerde een ernstig gevaar uitgaat voor de veiligheid van de bezoeker. In dat geval laat de directeur voor het bezoek weten welke toezichthoudende maatregelen genomen worden om het onderhoud zo ongestoord mogelijk te laten verlopen. De toezichthoudende maatregelen mogen er niet toe leiden dat vertrouwelijke mededelingen in het onderhoud tussen de gedetineerde en diens rechtsbijstandverlener bij derden bekend kunnen worden.
Op een bezoek van de in artikel 37, eerste lid, onder j, genoemde personen aan de gedetineerde die is geplaatst in een afdeling voor intensief toezicht of in een extra beveiligde inrichting als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel d, wordt visueel toezicht gehouden. Dit toezicht mag niet ertoe leiden dat vertrouwelijke mededelingen in het onderhoud bij derden bekend kunnen worden.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het toezicht, bedoeld in het achtste lid. De voordracht voor een krachtens de eerste zin vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.