Article 39
in forceContact with the outside world
Subject to the restrictions to be imposed in accordance with the second through fourth paragraphs, the detained person has the right to conduct one or more telephone conversations with persons outside the institution for ten minutes at least once a week, at times and places established in the house rules and by means of a device designated for that purpose. Unless the director determines otherwise, the costs associated with this shall be borne by the detained person. In connection with the exercise of supervision as referred to in the second paragraph, telephone conversations may be recorded.
The director may determine that telephone conversations conducted by or with the detainee shall be subject to supervision, if this is necessary to establish the identity of the person with whom the detainee is conducting a conversation or with a view to an interest as referred to in Article 36, paragraph 4. This supervision may include listening to a telephone conversation or listening to a recorded telephone conversation. The person concerned shall be notified of the nature and the reason for the supervision. Further rules regarding the recording of telephone conversations and the storage and provision of recorded telephone conversations shall be laid down by Order in Council.
The director may refuse the opportunity to conduct a specific telephone conversation or specific telephone conversations, or may terminate a telephone conversation within the allotted time, if this is necessary with a view to an interest as referred to in Article 36, paragraph 4. The decision to refuse a specific telephone conversation or specific telephone conversations shall be valid for a maximum of twelve months. Our Minister may lay down further rules regarding the refusal of a specific telephone conversation or specific telephone conversations.
The detainee shall be enabled to have telephone contact with the persons and authorities referred to in Article 37, paragraph 1, if the necessity and the opportunity for this exist. No supervision shall be exercised over these conversations other than what is necessary to establish the identity of the persons or the authority with whom the detainee is conducting or wishes to conduct a telephone conversation.
A telephone conversation with a detainee placed in a unit for intensive supervision or an extra-secure facility as referred to in Article 13, paragraph 1, point (d), may be conducted within the Netherlands exclusively from locations designated by Our Minister using a designated device. The person with whom the detainee is speaking must properly identify themselves prior to the telephone conversation. Telephone conversations from abroad may only be conducted with the permission of Our Minister and under conditions set by him. Part of these conditions is the determination of the language in which the conversation may be conducted.
Our Minister shall designate the locations from which telephone calls may be made with a detainee who is placed in a ward for intensive supervision or an extra-secure institution as referred to in Article 13, paragraph 1, point d.
The fifth and sixth paragraphs shall not apply to a telephone conversation with a legal aid provider, unless an order as referred to in Article 40d has been issued which also includes a restriction or exclusion of telephone communication.
De gedetineerde heeft, behoudens de overeenkomstig het tweede tot en met het vierde lid te stellen beperkingen, het recht ten minste eenmaal per week op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen en met behulp van een daartoe aangewezen toestel gedurende tien minuten een of meer telefoongesprekken te voeren met personen buiten de inrichting. De hieraan verbonden kosten komen, tenzij de directeur anders bepaalt, voor rekening van de gedetineerde. In verband met het uitoefenen van toezicht als bedoeld in het tweede lid, kunnen telefoongesprekken worden opgenomen.
De directeur kan bepalen dat op de door of met de gedetineerde gevoerde telefoongesprekken toezicht wordt uitgeoefend, indien dit noodzakelijk is om de identiteit van de persoon met wie de gedetineerde een gesprek voert vast te stellen dan wel met het oog op een belang als bedoeld in artikel 36, vierde lid. Dit toezicht kan omvatten het beluisteren van een telefoongesprek of het uitluisteren van een opgenomen telefoongesprek. Aan de betrokkene wordt mededeling gedaan van de aard en de reden van het toezicht. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over het opnemen van telefoongesprekken en het bewaren en verstrekken van opgenomen telefoongesprekken.
De directeur kan de gelegenheid tot het voeren van een bepaald telefoongesprek of bepaalde telefoongesprekken weigeren of een telefoongesprek binnen de daarvoor bestemde tijd beëindigen, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 36, vierde lid. De beslissing tot het weigeren van een bepaald telefoongesprek of bepaalde telefoongesprekken geldt voor ten hoogste twaalf maanden. Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent het weigeren van een bepaald telefoongesprek of bepaalde telefoongesprekken.
De gedetineerde wordt in staat gesteld met de in artikel 37, eerste lid, genoemde personen en instanties telefonisch contact te hebben, indien hiervoor de noodzaak en de gelegenheid bestaat. Op deze gesprekken wordt geen ander toezicht uitgeoefend dan noodzakelijk is om de identiteit van de personen of instantie met wie de gedetineerde een telefoongesprek voert of wenst te voeren vast te stellen.
Een telefoongesprek met een gedetineerde die is geplaatst in een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel d, kan binnen Nederland uitsluitend worden gevoerd vanuit door Onze Minister aangewezen plaatsen met een aangewezen toestel. De persoon met wie de gedetineerde telefoneert dient zich voorafgaand aan het telefoongesprek deugdelijk te legitimeren. Telefoongesprekken vanuit het buitenland kunnen enkel met toestemming van Onze Minister en onder door hem gestelde voorwaarden worden gevoerd. Onderdeel van de voorwaarden is dat wordt bepaald in welke taal het gesprek gevoerd mag worden.
Onze Minister wijst de plaatsen aan van waaruit kan worden getelefoneerd met een gedetineerde die is geplaatst in een afdeling voor intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel d.
Het vijfde en zesde lid zijn niet van toepassing op een telefoongesprek met een rechtsbijstandverlener, tenzij een bevel als bedoeld in artikel 40d is gegeven dat mede een beperking of uitsluiting van telefoonverkeer inhoudt.