Article 7:119
in forceConsumer credit (Goederenkrediet) · Consumer credit agreements relating to residential immovable property · § General provisions
This Section applies to:
credit agreements which are secured by a mortgage or by another comparable security on immovable property intended for residential purposes, or secured by a right over immovable property intended for residential purposes; and
credit agreements for the acquisition or retention of ownership rights in respect of land or an existing or planned building.
This Section is not applicable to:
credit agreements whereby the creditor:
disburses a lump sum, periodic amounts or credit in another manner in exchange for an amount derived from the future sale of an immovable property intended for habitation or a right to an immovable property intended for habitation, and
only demands repayment of the credit when the consumer has been declared bankrupt, the debt rescheduling scheme for natural persons (schuldsanering natuurlijke personen) has been declared applicable to him, or upon the death of the consumer or other events specified in the agreement, unless the consumer fails to comply with his contractual obligations, giving the creditor the right to terminate the credit agreement;
credit agreements under which an employer provides credit to his employees as a secondary activity interest-free or at an annual percentage rate of charge lower than those prevailing on the market, and which are not offered to the public generally;
credit agreements under which no interest and no other charges are required to be paid, other than charges directly related to the provision of security for the credit;
credit agreements granted in the form of an authorised overdraft on an account and which must be repaid within one month;
credit agreements that are the result of a settlement before the court or another authority competent for that purpose by law;
credit agreements relating to the deferred payment, free of charge, of an existing debt and which do not fall within the scope of application of paragraph 1, subparagraph (a);
credit agreements relating to credits granted to a restricted public under a statutory provision with an objective of general interest, at a lower debit interest rate than that prevailing on the market, or interest-free, or under other terms which are more favourable to the consumer than those prevailing on the market and at interest rates not higher than those prevailing on the market;
credit agreements where the creditor is an organisation falling within the scope of Article 2, paragraph 5, of Directive 2008/48/EC of the European Parliament and of the Council of 23 April 2008 on credit agreements for consumers and repealing Council Directive 87/102/EEC (OJ EU L 133).
Deze afdeling is van toepassing op:
kredietovereenkomsten die gewaarborgd worden door een hypotheek of door een andere vergelijkbare zekerheid op voor bewoning bestemde onroerende zaken, of gewaarborgd worden door een recht op voor bewoning bestemde onroerende zaken; en
kredietovereenkomsten voor het verkrijgen of het behouden van eigendomsrechten betreffende grond of een bestaand of gepland gebouw.
Deze afdeling is niet van toepassing op:
kredietovereenkomsten waarbij de kredietgever:
een eenmalig bedrag, periodieke bedragen of op andere wijze een krediet uitbetaalt in ruil voor een bedrag ontleend aan de toekomstige verkoop van een voor bewoning bestemde onroerende zaak of een recht op een voor bewoning bestemde onroerende zaak, en
pas aflossing van het krediet verlangt wanneer de consument in staat van faillissement is verklaard, op hem de schuldsanering natuurlijke personen van toepassing is verklaard dan wel bij overlijden van de consument of bij andere in de overeenkomst opgenomen gebeurtenissen, tenzij de consument zijn contractuele verplichtingen niet nakomt, waardoor de kredietgever het recht heeft de kredietovereenkomst te beëindigen;
kredietovereenkomsten waarbij een werkgever het krediet als nevenactiviteit rentevrij of tegen een jaarlijks kostenpercentage dat lager is dan gebruikelijk op de markt, aan zijn werknemers verstrekt, en dit niet in het algemeen aan het publiek aanbiedt;
kredietovereenkomsten waarbij geen rente en andere kosten hoeven te worden vergoed, afgezien van kosten die rechtstreeks verband houden met het stellen van een zekerheid voor het krediet;
kredietovereenkomsten die in de vorm van een geoorloofde debetstand op een rekening worden verleend en die binnen een maand moeten worden afgelost;
kredietovereenkomsten die het resultaat zijn van een schikking voor de rechter of een andere daartoe van overheidswege bevoegde instantie;
kredietovereenkomsten die betrekking hebben op kosteloos uitstel van betaling van een bestaande schuld en niet onder het toepassingsgebied van lid 1, onderdeel a, vallen;
kredietovereenkomsten betreffende kredieten die krachtens een wettelijke bepaling met een doelstelling van algemeen belang aan een beperkt publiek worden toegekend tegen een lagere dan op de markt gebruikelijke debetrentevoet, dan wel rentevrij, of onder andere voorwaarden die voor de consument gunstiger zijn dan de op markt gebruikelijke voorwaarden en tegen rentetarieven die niet hoger zijn dan de op de markt gebruikelijke rentetarieven;
kredietovereenkomsten waarbij de kredietgever een organisatie is die valt onder de toepassing van artikel 2 lid 5 van Richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 87/102/EEG (Pb EU L 133).