Article 7:761
in forceContracting for work · Contracting for work in general
Any right of action based on a defect in the work delivered shall be barred by prescription after the lapse of two years after the client has protested in this respect. If the client has set a period for the contractor within which the latter will be able to remedy the defect, the prescription shall only begin to run at the end of that period, or at such earlier time as the contractor has indicated that he will not repair the defect.
The right of action shall in any event be prescribed by the lapse of twenty years after the delivery in the case of the construction of works and by the lapse of ten years after the delivery in all other cases.
If the right of action, pursuant to the provisions of the preceding paragraphs, would become prescribed between the time at which the contractor has notified the client that he will investigate or repair the defect, and the time at which he apparently considers the investigation and the attempts at repair to be terminated, the prescription period shall be extended in accordance with Article 320 of Book 3.
Paragraphs 1–3 are without prejudice to the power of the principal to set off against a claim for payment of the price his right to a reduction thereof through partial dissolution of the agreement or to compensation for damages.
Elke rechtsvordering wegens een gebrek in het opgeleverde werk verjaart door verloop van twee jaren nadat de opdrachtgever ter zake heeft geprotesteerd. Indien de opdrachtgever de aannemer een termijn heeft gesteld waarbinnen deze het gebrek zal kunnen wegnemen, begint de verjaring pas te lopen bij het einde van die termijn, of zoveel eerder als de aannemer te kennen heeft gegeven het gebrek niet te zullen herstellen.
De rechtsvordering verjaart in ieder geval door verloop van twintig jaren na de oplevering in geval van aanneming van bouwwerken en door verloop van tien jaren na de oplevering in alle andere gevallen.
Indien de rechtsvordering krachtens het bepaalde in de vorige leden zou verjaren tussen het tijdstip waarop de aannemer aan de opdrachtgever heeft medegedeeld dat hij het gebrek zal onderzoeken of herstellen, en het tijdstip waarop hij het onderzoek en de pogingen tot herstel kennelijk als beëindigd beschouwt, wordt de verjaringstermijn verlengd overeenkomstig artikel 320 van Boek 3.
De leden 1–3 laten onverlet de bevoegdheid van de opdrachtgever om aan een vordering tot betaling van de prijs zijn recht op vermindering daarvan door gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst of op schadevergoeding tegen te werpen.