Article 5:119
in forceApartment rights · General provisions
An apartment owner may, without the consent of the other apartment owners, make alterations to a part intended for his separate use, provided that these do not cause prejudice to any other part. He shall become the sole owner of that which he removes in the course of a permitted alteration.
He is obliged to notify the association of owners (vereniging van eigenaars) of any change without delay. If the change leads to an adjustment of the insurance premium, the difference shall be for his account and that of his legal successors.
If, as a result of an alteration, the value of the goods involved in the division (splitsing) has decreased at the time of the termination of the division, this shall, even if the alteration was permitted, be taken into account in the distribution of the community to the debit of the person who made the alteration or their legal successor.
The regulations may deviate from this article, and for the application of paragraph 2, changes in the manner of use may be equated with alterations.
Een appartementseigenaar mag zonder toestemming van de overige appartementseigenaars in een gedeelte dat bestemd is om als afzonderlijk geheel door hem te worden gebruikt, veranderingen aanbrengen, mits deze geen nadeel aan een ander gedeelte toebrengen. Van hetgeen hij bij een geoorloofde verandering wegneemt wordt hij enig eigenaar.
Hij is verplicht de vereniging van eigenaars onverwijld van een verandering kennis te geven. Leidt de verandering tot een wijziging van de verzekeringspremie, dan komt het verschil voor rekening van hem en zijn rechtsopvolgers.
Blijkt ten gevolge van een verandering de waarde van de in de splitsing betrokken goederen bij de opheffing van de splitsing te zijn verminderd, dan wordt hiermede, ook al was de verandering geoorloofd, bij de verdeling van de gemeenschap rekening gehouden ten laste van hem die de verandering heeft aangebracht of zijn rechtsopvolger.
Bij het reglement kan van dit artikel worden afgeweken en kunnen voor de toepassing van lid 2 wijzigingen in de wijze van gebruik met veranderingen worden gelijkgesteld.