Dutch Legislation

Article 5:32

in force

Ownership of immovable property

Civil Code — Book 5 · Title 3 · In force since 2002-01-01

Source
1.

A claim for the determination of a boundary shall only be granted if the institution thereof has been registered in the public registers and all those who were registered as entitled parties or attaching creditors of one of the plots at that time have been timely summoned to the proceedings.

2.

The court shall determine the boundary in accordance with the shoreline at the time of the registration of the claim. Before granting the claim, it may order such measures and issue such instructions for the production of evidence as it deems useful in the interest of interested parties who have not appeared.

3.

The costs of the claim shall be borne by the claimant.

4.

Opposition, appeal, and cassation must, under penalty of inadmissibility, be entered in the registers referred to in Article 433 of the Code of Civil Procedure within eight days after the filing of the legal remedy. By way of derogation from Article 143 of that Code, the time limit for opposition shall commence upon the service of the judgment on the registered person, even if such service is not effected on them in person, unless the court has ordered further measures to this effect and such order has not been complied with.

5.

The registration shall take effect at the time the judgment by which the claim has been granted is entered into the public registers. This registration shall not take place before the judgment has become final and conclusive (in kracht van gewijsde).

1.

Een vordering tot vastlegging van de grens wordt slechts toegewezen, indien de instelling ervan in de openbare registers is ingeschreven en allen die toen als rechthebbende of beslaglegger op een der erven stonden ingeschreven, tijdig in het geding zijn geroepen.

2.

De rechter bepaalt de grens overeenkomstig de oeverlijn op het tijdstip van de inschrijving van de vordering. Alvorens de eis toe te wijzen, kan hij de maatregelen bevelen en de bewijsopdrachten doen, die hij in het belang van niet-verschenen belanghebbenden nuttig oordeelt.

3.

De kosten van de vordering komen ten laste van de eiser.

4.

Verzet, hoger beroep en cassatie moeten op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen acht dagen na het instellen van het rechtsmiddel worden ingeschreven in de registers, bedoeld in artikel 433 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. In afwijking van artikel 143 van dat wetboek begint de verzettermijn te lopen vanaf de betekening van het vonnis aan de ingeschrevene, ook als de betekening niet aan hem in persoon geschiedt, tenzij de rechter hiertoe nadere maatregelen heeft bevolen en aan dat bevel niet is voldaan.

5.

De vastlegging treedt in op het tijdstip dat het vonnis waarbij de vordering is toegewezen, in de openbare registers wordt ingeschreven. Deze inschrijving geschiedt niet voordat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.