Article 16
in forceMinimum holiday allowance
Subject to the provisions of paragraphs 2, 3 and 4, it may be determined by public law regulation or collective labour agreement that the employee has no right to a holiday allowance or has a right to a lower amount of holiday allowance than follows from Article 15.
If the sum of the wage payable by the employer and the holiday allowance, paid over the period referred to in Article 17, is less than 108% of the amount to which the employee has acquired a right as minimum wage over that period, the employee shall additionally be entitled over that period to an amount of holiday allowance equal to the amount lying between the amount to which the employee has acquired a right as minimum wage over that period and the amount by which the aforementioned 108% exceeds the aforementioned sum.
Insofar as the employee has acquired an entitlement to benefits under the Sickness Act (Ziektewet), Chapter 3, Section 2, Paragraph 1 or Articles 4:2b or 6:3 of the Work and Care Act (Wet arbeid en zorg) and the Unemployment Benefit Act (Werkloosheidswet) during the employment relationship over a period as referred to in Article 17, the employee is entitled to such an amount of holiday allowance from the employer in respect of these benefits that this amount, increased by those benefits, amounts to at least 108% of the amount to which the employee has or would have acquired an entitlement over this period to benefits under the Sickness Act, Chapter 3, Section 2, Paragraph 1 or Articles 4:2b or 6:3 of the Work and Care Act and the Unemployment Benefit Act, calculated on the basis of the minimum wage.
In the event that Article 15, paragraph 4, has been applied, the employee shall be entitled, over a period as referred to in the second paragraph, to at least such an amount of holiday allowance that this amount, increased by the wages or, as the case may be, the benefits under the Sickness Act (Ziektewet), Chapter 3, Section 2, Subsection 1 or Articles 4:2b or 6:3 of the Work and Care Act (Wet arbeid en zorg) and the Unemployment Insurance Act (Werkloosheidswet), to which the employee has acquired a right or an entitlement over that period, is not lower than the sum of the minimum amount established pursuant to Article 15, paragraph 4, and the minimum wage or, as the case may be, the benefits under the Sickness Act, Chapter 3, Section 2, Subsection 1 or Articles 4:2b or 6:3 of the Work and Care Act and the Unemployment Insurance Act calculated on the basis of the minimum wage, to which the employee has or would have acquired a right or an entitlement over that period.
In the event that the wage agreed upon by the employer and the employee exceeds three times the minimum wage, it may also be stipulated by written agreement that the employee is not entitled to a holiday allowance or is entitled to a lower amount of holiday allowance. Article 15, paragraph 2, shall apply mutatis mutandis.
In the event that an employer who is obliged towards his employees to apply a public law regulation or a collective labour agreement, or provisions of a collective labour agreement that have been declared generally binding, whereby Article 15 has been derogated from on the basis of the first paragraph, also has employees in service towards whom such an obligation does not exist, Article 15 may be derogated from in a corresponding manner by written agreement with respect to the latter employees.
If the employee is entitled to wages for a period during which he performs no work, the benefits under the Sickness Benefits Act (Ziektewet), Chapter 3, Section 2, Paragraph 1 or Articles 4:2b or 6:3 of the Work and Care Act (Wet arbeid en zorg) and the Unemployment Insurance Act (Werkloosheidswet), by which the wages are reduced in accordance with those provisions, shall, for the application of this Article, be deemed to be wages at the expense of the employer.
Behoudens het bij het tweede, derde en vierde lid bepaalde kan bij publiekrechtelijke regeling of collectieve arbeidsovereenkomst worden bepaald, dat de werknemer geen recht heeft op vakantiebijslag dan wel recht heeft op een lager bedrag aan vakantiebijslag dan uit artikel 15 voortvloeit.
Indien de som van het ten laste van de werkgever komende loon en de vakantiebijslag, voldaan over het tijdvak, bedoeld in artikel 17, minder bedraagt dan 108% van het bedrag, waarop de werknemer over dat tijdvak als minimumloon recht heeft verworven, heeft de werknemer over dat tijdvak bovendien recht op een bedrag aan vakantiebijslag ter grootte van het bedrag liggende tussen het bedrag waarop de werknemer over dat tijdvak als minimumloon recht heeft verworven en het bedrag waarmee genoemde 108% eerdergenoemde som te boven gaat.
Voor zover de werknemer over een tijdvak als bedoeld in artikel 17 aanspraak op uitkeringen krachtens de Ziektewet, hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1 of de artikelen 4:2b of 6:3 van de Wet arbeid en zorg en de Werkloosheidswet tijdens dienstbetrekking heeft verworven, heeft de werknemer over deze uitkeringen jegens de werkgever recht op een zodanig bedrag aan vakantiebijslag, dat dit bedrag vermeerderd met die uitkeringen ten minste 108% bedraagt van het bedrag waarop de werknemer over dit tijdvak aan uitkeringen krachtens de Ziektewet, hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1 of de artikelen 4:2b of 6:3 van de Wet arbeid en zorg en de Werkloosheidswet berekend over het minimumloon, aanspraak heeft of zou hebben verworven.
Ingeval toepassing is gegeven aan artikel 15, vierde lid, heeft de werknemer over een tijdvak als bedoeld in het tweede lid tenminste recht op een zodanig bedrag aan vakantiebijslag dat dit bedrag vermeerderd met het loon, respectievelijk de uitkeringen krachtens de Ziektewet, hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1 of de artikelen 4:2b of 6:3 van de Wet arbeid en zorg en de Werkloosheidswet, waarop de werknemer over dat tijdvak recht, dan wel aanspraak heeft verworven, niet lager is dan de som van het krachtens artikel 15, vierde lid, vastgestelde minimumbedrag en het minimumloon, respectievelijk de uitkeringen krachtens de Ziektewet, hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1 of de artikelen 4:2b of 6:3 van de Wet arbeid en zorg en de Werkloosheidswet berekend over het minimumloon, waarop de werknemer over dat tijdvak recht, dan wel aanspraak heeft of zou hebben verworven.
Ingeval het door de werkgever en werknemer overeengekomen loon het drievoud van het minimumloon overschrijdt, kan ook bij schriftelijke overeenkomst worden bepaald, dat de werknemer geen recht heeft op vakantiebijslag dan wel recht heeft op een lager bedrag aan vakantiebijslag. Artikel 15, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Ingeval de werkgever die jegens zijn werknemers verplicht is tot toepassing van een publiekrechtelijke regeling of collectieve arbeidsovereenkomst, dan wel algemeen verbindend verklaarde bepalingen van een collectieve arbeidsovereenkomst, waarbij op grond van het eerste lid is afgeweken van artikel 15, tevens werknemers in dienst heeft jegens wie die verplichting niet bestaat, kan ten aanzien van laatstbedoelde werknemers bij schriftelijke overeenkomst op overeenkomstige wijze van artikel 15 worden afgeweken.
Indien de werknemer recht heeft op loon over een periode, waarin hij geen arbeid verricht, worden de uitkeringen krachtens de Ziektewet, hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1 of de artikelen 4:2b of 6:3 van de Wet arbeid en zorg en de Werkloosheidswet, waarmee het loon overeenkomstig die bepaling wordt verminderd, voor de toepassing van dit artikel geacht ten laste van de werkgever komend loon te zijn.