Dutch Legislation

Article 4:3

in force

Short-term leave and birth leave · § Notification and information

Work and Care Act (WAZO) · Chapter 4 · § 2 · In force since 2022-08-02

Source
1.

The employee shall notify the employer in advance that he is taking the leave referred to in Article 4:1, stating the reason. If this is not possible, the employee shall notify the employer of the taking of the leave as soon as possible, stating the reason.

2.

The employee shall notify the employer in writing or electronically of the intention to take the leave referred to in Articles 4:2 or 4:2a at least four weeks before the commencement date of the leave, stating the period, the number of full weeks for which the employee is taking leave, or, if the working hours have been agreed upon for a different period, the period for which the employee is taking leave, and the distribution thereof over the week or the otherwise agreed period. If it is not possible to provide notification of the leave in a timely manner, the employee shall notify the employer of the intention to take the leave as soon as possible.

3.

The commencement and termination dates of the leave referred to in Articles 4:2 and 4:2a may be made dependent on the date of the childbirth and, with regard to the leave referred to in Article 4:2a, also on the end of the maternity leave.

4.

The employer may, after consultation with the employee, amend the manner in which the employee wishes to take the leave referred to in Article 4:2a on the grounds of a compelling business or service interest, up to two weeks before the commencement date of the leave.

5.

If the provisions of Article 4:2, paragraph 2, or Article 4:2a, paragraph 3, are applied, paragraphs 1 up to and including 4 shall apply mutatis mutandis.

6.

The leave of the military official shall not commence or, in any event, shall terminate as soon as the employer notifies him that he has such a compelling service interest against the taking of the leave or, as the case may be, the continuation thereof, that the interest of the military official must yield to it according to standards of reasonableness and fairness. Application of the first sentence shall not prejudice the right to birth leave, as referred to in Article 4:2, and subsequently the right to supplementary birth leave, as referred to in Article 4:2a. In this regard, the employer may apply a period of a maximum of nine months, calculated from the first day after the childbirth.

1.

De werknemer meldt vooraf aan de werkgever dat hij het verlof, bedoeld in artikel 4:1, opneemt onder opgave van de reden. Indien dit niet mogelijk is, meldt de werknemer het opnemen van het verlof zo spoedig mogelijk aan de werkgever onder opgave van de reden.

2.

De werknemer meldt het voornemen om het verlof, bedoeld in de artikelen 4:2 of 4:2a, op te nemen ten minste vier weken voor het tijdstip van ingang van het verlof schriftelijk of elektronisch aan de werkgever onder opgave van de periode, het aantal gehele weken waarvoor hij verlof opneemt, of als de arbeidsduur over een ander tijdvak is overeengekomen waarover hij verlof opneemt over dat tijdvak, en de spreiding daarvan over de week of het anderszins overeengekomen tijdvak. Indien het niet mogelijk is de melding van het verlof tijdig te doen, meldt de werknemer het voornemen om het verlof op te nemen zo spoedig mogelijk aan de werkgever.

3.

De tijdstippen van ingang en einde van het in de artikelen 4:2 en 4:2a bedoelde verlof kunnen afhankelijk worden gesteld van de datum van de bevalling en ten aanzien van het verlof, bedoeld in artikel 4:2a, eveneens van het einde van het bevallingsverlof.

4.

De werkgever kan, na overleg met de werknemer, de door de werknemer gewenste wijze van invulling van het in artikel 4:2a bedoelde verlof op grond van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang wijzigen tot twee weken voor het tijdstip van ingang van het verlof.

5.

Indien toepassing wordt gegeven aan de artikelen 4:2, tweede lid, of 4:2a, derde lid, zijn het eerste tot en met vierde lid van overeenkomstige toepassing.

6.

Het verlof van de militaire ambtenaar vangt niet aan of eindigt in ieder geval zodra de werkgever aan hem kenbaar maakt dat hij tegen het opnemen van het verlof onderscheidenlijk de voortzetting daarvan een zodanig zwaarwegend dienstbelang heeft, dat het belang van de militaire ambtenaar daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken. Toepassing van de eerste zin laat het recht op het geboorteverlof, bedoeld in artikel 4:2, en vervolgens het recht op het aanvullend geboorteverlof, bedoeld in artikel 4:2a, onverlet. De werkgever kan daarbij een tijdvak van maximaal negen maanden, te rekenen vanaf de eerste dag na de bevalling, toepassen.