Article 8
in forceMaking labour available
The labour force, which has not been made available within the framework of payrolling, is entitled to at least the same terms and conditions of employment as those applicable to employees working in equal or equivalent positions in the service of the undertaking where the provision of labour takes place:
with regard to wages and other remuneration;
pursuant to a collective labour agreement or other non-statutory provisions of general application that are in force within the undertaking where the posting takes place, with regard to working hours, including overtime, rest periods, night work, breaks, the duration of leave and work on public holidays.
If the undertaking where the provision of labour takes place does not employ workers in equal or equivalent positions, the worker is entitled to at least the same employment conditions, as referred to in the first paragraph, as those applicable to workers employed in equal or equivalent positions in the sector of professional or business activity in which that undertaking operates.
The first and second paragraphs shall apply mutatis mutandis with regard to:
the regulations for the protection of pregnant employees, of employees who are breastfeeding, of children and young employees, and for the promotion of equal treatment of men and women; and
the measures to combat discrimination on the grounds of gender, race, religion or belief, disability, age or sexual orientation,
which apply on the basis of a collective labour agreement or other non-statutory provisions of general scope that are in force within the undertaking where the posting takes place.
A collective labour agreement may derogate from the first up to and including the third paragraph. If the period during which derogation takes place is limited in duration, the agreement shall provide for a regulation on the basis of which abuse through successive periods of secondment is prevented. If it concerns a collective agreement that is applicable to the undertaking where the secondment takes place, that agreement shall contain provisions on the basis of which an employer must ensure that the workers seconded to his undertaking perform the work under the terms and conditions of employment, mentioned in the first paragraph, which are prescribed for these workers under that agreement.
The posted worker, who is also a posted worker within the meaning of Article 1, paragraph 1, point 3, of the Terms of Employment (Posted Workers in the European Union) Act, is entitled, notwithstanding Article 2a, paragraphs 1 and 4, of the Collective Labour Agreements (Declaration of Binding and Non-Binding Status) Act, to at least the terms of employment based on the provisions declared generally binding of the collective labour agreement that the service provider is required to apply, with the exception of provisions regarding procedures, formalities, and conditions for the conclusion and termination of the employment contract and regarding supplementary occupational pension schemes.
If a derogation has been made pursuant to the fourth paragraph by means of a collective labour agreement applicable to the undertaking where the temporary agency work is performed, the worker referred to in the fifth paragraph shall, notwithstanding Article 2a, paragraphs 1 and 4, of the Act on the declaration of general binding force and non-binding force of provisions of collective labour agreements (Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten), be entitled to at least the terms and conditions of employment based on these derogating provisions.
De arbeidskracht, die niet in het kader van payrolling ter beschikking is gesteld, heeft recht op ten minste dezelfde arbeidsvoorwaarden als die welke gelden voor werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de onderneming waar de terbeschikkingstelling plaatsvindt:
met betrekking tot het loon en overige vergoedingen;
op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst of andere niet wettelijke bepalingen van algemene strekking die van kracht zijn binnen de onderneming waar de terbeschikkingstelling plaatsvindt, met betrekking tot de arbeidstijden, daaronder begrepen overwerk, rusttijden, arbeid in nachtdienst, pauzes, de duur van vakantie en het werken op feestdagen.
Indien de onderneming, waar de terbeschikkingstelling plaatsvindt, geen werknemers in dienst heeft in gelijke of gelijkwaardige functies, heeft de arbeidskracht recht op ten minste dezelfde arbeidsvoorwaarden, bedoeld in het eerste lid, als die gelden voor werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in de sector van het beroeps- of bedrijfsleven, waarin die onderneming werkzaam is.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot:
de voorschriften ter bescherming van zwangere werknemers, van werknemers die een borstkind voeden, kinderen en jeugdige werknemers en ter bevordering van de gelijke behandeling van mannen en vrouwen; en
de maatregelen ter bestrijding van discriminatie op grond van geslacht, ras, godsdienst of levensovertuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid,
die gelden op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst of andere niet wettelijke bepalingen van algemene strekking die van kracht zijn binnen de onderneming waar de terbeschikkingstelling plaatsvindt.
Bij collectieve arbeidsovereenkomst kan worden afgeweken van het eerste tot en met het derde lid. Indien de periode gedurende welke wordt afgeweken in duur is beperkt, voorziet de overeenkomst in een regeling op grond waarvan misbruik door elkaar opvolgende perioden van terbeschikkingstelling wordt voorkomen. Indien het een collectieve overeenkomst betreft die van toepassing is op de onderneming waar de terbeschikkingstelling plaatsvindt, bevat die overeenkomst bepalingen op grond waarvan een werkgever zich ervan moet verzekeren dat de aan zijn onderneming ter beschikking gestelde arbeidskrachten de arbeid verrichten tegen de arbeidsvoorwaarden, genoemd in het eerste lid, die voor deze arbeidskrachten bij die overeenkomst zijn voorgeschreven.
De ter beschikking gestelde arbeidskracht, die tevens ter beschikking is gesteld in de zin van artikel 1, eerste lid, onderdeel 3, van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, heeft in afwijking van artikel 2a, eerste en vierde lid, van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten, recht op ten minste de arbeidsvoorwaarden op grond van de algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst die de dienstverrichter moet toepassen, met uitzondering van de bepalingen inzake procedures, formaliteiten en voorwaarden van de sluiting en de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en inzake aanvullende bedrijfspensioenregelingen.
Indien op grond van het vierde lid is afgeweken bij collectieve arbeidsovereenkomst die van toepassing is op de onderneming waar de terbeschikkingstelling plaatsvindt, heeft de arbeidskracht, bedoeld in het vijfde lid, in afwijking van artikel 2a, eerste en vierde lid, van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten, recht op ten minste de arbeidsvoorwaarden op grond van deze afwijkende bepalingen.