Article 6
in forceThe termination of the reception
The right to reception of an unaccompanied minor alien ends:
if the asylum application which conferred a right to reception has been rejected and the removal can be effected, on the day on which the removal is effected;
if follow-up care can be provided by or on the instructions of the legal entity, as referred to in Article 1:302, paragraph 2, of the Civil Code, on the day on which follow-up care can be provided;
on the day following the day on which the age of 18 is reached, or if it has been irrevocably established in the procedure under aliens law that the foreign national is of age, and the foreign national also has no right to reception on the basis of his asylum application.
if it concerns an unaccompanied minor alien who has received a transfer decision as referred to in Article 44a of the Aliens Act 2000, whose presence in the Netherlands, in view of Article 17, paragraph 4, of the Asylum and Migration Management Regulation, is no longer required, and this is in accordance with Article 18 of the Asylum and Migration Management Regulation, on the understanding that the unaccompanied minor alien retains the right to the provisions referred to in Article 9 until the moment of actual transfer to the responsible Member State. The obligations which the unaccompanied minor alien has during his stay in the reception facility pursuant to Chapter V also continue to apply.
Het recht op opvang van een alleenstaande minderjarige vreemdeling eindigt:
indien de asielaanvraag die recht heeft gegeven op opvang is afgewezen en de uitzetting kan worden geëffectueerd, op de dag waarop de uitzetting wordt geëffectueerd;
indien vervolgopvang kan worden geboden door of in opdracht van de rechtspersoon, als bedoeld in artikel 1:302, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, op de dag waarop vervolgopvang kan worden geboden;
op de dag na de dag waarop de 18-jarige leeftijd is bereikt, dan wel indien in de vreemdelingrechtelijke procedure onaantastbaar is vastgesteld dat de vreemdeling meerderjarig is, en de vreemdeling ook op grond van zijn asielaanvraag geen recht op opvang heeft.
indien het een alleenstaande minderjarige vreemdeling betreft die een overdrachtsbesluit als bedoeld in artikel 44a van de Vreemdelingenwet 2000 heeft ontvangen, wiens aanwezigheid in Nederland gelet op artikel 17, vierde lid, van de Asiel- en migratiebeheerverordening, niet langer vereist is, en dit in overeenstemming is met artikel 18 van de Asiel- en migratiebeheerverordening, met dien verstande dat de alleenstaande minderjarige vreemdeling tot het moment van feitelijke overdracht naar de verantwoordelijke lidstaat recht houdt op de verstrekkingen, genoemd in artikel 9. Ook duren de verplichtingen die de alleenstaande minderjarige vreemdeling gedurende zijn verblijf in de opvang heeft op grond van Hoofdstuk V voort.