Article 29
in forceSupervision and the use of force
The director is authorised to search the body or clothing of a detainee upon entry into or departure from the institution, prior to or after a visit, or if this is otherwise necessary in the interest of maintaining order or security within the institution.
Our Minister is authorised to search a detainee’s person or clothing for the purpose of transport.
The examination of the body of the detainee also includes the external inspection of the orifices and cavities of the body of the detainee. The examination of the clothing of the detainee also includes the examination of the objects that the detainee has on their person or is carrying with them.
The examination of the body of the detainee shall be conducted in a private place and, as far as possible, by persons of the same sex as the detainee.
If, during an examination of the body or clothing, objects are found that the detainee is not permitted to possess, and, insofar as the examination relates to the orifices or cavities of the detainee's body, these objects can be removed therefrom without the use of aids, the director is authorised to seize them. He shall ensure that these objects are either stored at the detainee's expense against issuance of a receipt, destroyed with the detainee's consent, or handed over to an investigative officer with a view to the prevention or detection of criminal offences.
De directeur is bevoegd een gedetineerde bij binnenkomst of bij het verlaten van de inrichting, voorafgaand aan of na afloop van bezoek, dan wel indien dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting, aan zijn lichaam of aan zijn kleding te onderzoeken.
Onze Minister is bevoegd ten behoeve van het vervoer een gedetineerde aan zijn lichaam of aan zijn kleding te onderzoeken.
Het onderzoek aan het lichaam van de gedetineerde omvat mede het uitwendig schouwen van de openingen en holten van het lichaam van de gedetineerde. Het onderzoek aan de kleding van de gedetineerde omvat mede het onderzoek van de voorwerpen die de gedetineerde bij zich draagt of met zich meevoert.
Het onderzoek aan het lichaam van de gedetineerde wordt op een besloten plaats en, voor zover mogelijk, door personen van hetzelfde geslacht als de gedetineerde verricht.
Indien bij een onderzoek aan het lichaam of de kleding voorwerpen worden aangetroffen die niet in het bezit van de gedetineerde mogen zijn, en, voor zover het onderzoek betrekking heeft op de openingen of holten van het lichaam van de gedetineerde, deze voorwerpen zonder het gebruik van hulpmiddelen daaruit kunnen worden verwijderd, is de directeur bevoegd deze in beslag te nemen. Hij draagt zorg dat deze voorwerpen, hetzij onder afgifte van een bewijs van ontvangst ten behoeve van de gedetineerde op diens kosten worden bewaard, hetzij met toestemming van de gedetineerde worden vernietigd, hetzij aan een opsporingsambtenaar ter hand worden gesteld met het oog op de voorkoming of opsporing van strafbare feiten.