Dutch Legislation

Article 67

in force

Of bankruptcy · Of the administration of the bankrupt estate · § Of the supervisory judge (rechter-commissaris)

Bankruptcy Act (Faillissementswet) · Title I · Section 3 · § 1 · In force since 2019-01-01

Source
1.

An appeal may be lodged with the court against all orders of the supervisory judge within five days, calculated from the day on which the order is given. The court decides after hearing or properly summoning the interested parties.

Nevertheless, no appeal is open against the orders referred to in Articles 21, 2° and 4°, 34, 58, paragraph 1, 59a, paragraph 3, 60, paragraph 3, 68, paragraph 2, 73a, paragraph 2, 75a, 79, 93a, 94, 98, 100, 102, 125, 127, paragraphs 1 and 2, 137a, paragraph 1, 174, 175, paragraph 2, 176, paragraphs 1 and 2, 177, 179 and 180.

2.

In derogation from paragraph 1, in the event of an appeal against an authorization of the supervisory judge to the curator to terminate an employment contract, the period of five days commences on the day that the employee who lodges the appeal could have taken cognizance of the authorization. On pain of voidability, the curator shall, upon termination, point out to the employee the possibility of appeal and the time limit thereof. The invocation of the voidability is effected by an extrajudicial declaration to the curator, and may be made during fourteen days, calculated from the day on which the employment contract has been terminated.

3.

By Order in Council, orders of the supervisory judge and of the court may be designated which, no later than the working day following the day of the decision, are registered in the central public register referred to in Article 19. By or pursuant to an Order in Council, it may be determined which information of the designated order is registered in the aforementioned manner.

1.

Van alle beschikkingen van de rechter-commissaris is gedurende vijf dagen hoger beroep op de rechtbank mogelijk, te rekenen vanaf de dag waarop de beschikking is gegeven. De rechtbank beslist na verhoor of behoorlijke oproeping van de belanghebbenden.

Niettemin staat geen hoger beroep open van de beschikkingen, vermeld in de artikelen 21, 2° en 4°, 34, 58, eerste lid, 59a, derde lid, 60, derde lid, 68, tweede lid, 73a, tweede lid, 75a, 79, 93a, 94, 98, 100, 102, 125, 127, eerste en tweede lid, 137a, eerste lid, 174, 175, tweede lid, 176, eerste en tweede lid, 177, 179 en 180.

2.

In afwijking van het eerste lid vangt in het geval van hoger beroep tegen een machtiging van de rechter-commissaris aan de curator tot opzegging van een arbeidsovereenkomst de termijn van vijf dagen aan op de dag dat de werknemer die het beroep instelt van de machtiging kennis heeft kunnen nemen. Op straffe van vernietigbaarheid wijst de curator de werknemer bij de opzegging op de mogelijkheid van beroep en op de termijn daarvan. Het beroep op de vernietigbaarheid geschiedt door een buitengerechtelijke verklaring aan de curator, en kan worden gedaan gedurende veertien dagen, te rekenen vanaf de dag waarop de arbeidsovereenkomst is opgezegd.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen beschikkingen van de rechter-commissaris en van de rechtbank worden aangewezen die uiterlijk de werkdag volgend op de dag van de uitspraak worden ingeschreven in het centraal openbaar register, bedoeld in artikel 19. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welke informatie van de aangewezen beschikking langs de hiervoor genoemde weg wordt ingeschreven.