Article 52
in forceOf bankruptcy · Of the consequences of the declaration of bankruptcy
Satisfaction made to the bankrupt after the declaration of bankruptcy but before the publication thereof, in performance of obligations towards him arisen before the declaration of bankruptcy, discharges the person who made it towards the estate, as long as his knowledge of the declaration of bankruptcy is not proven.
Payment, as referred to in the preceding paragraph, made to the bankrupt after the publication of the declaration of bankruptcy, constitutes a discharge against the estate only if the person who made it proves that the declaration of bankruptcy could not yet have been known at his place of residence by way of statutory publication, subject to the right of the bankruptcy trustee to prove that it was nevertheless known to him.
In any event, payment to the bankrupt discharges the debtor towards the estate, to the extent that what was paid by him has accrued to the benefit of the estate.
Voldoening na de faillietverklaring doch vóór de bekendmaking daarvan, aan de gefailleerde gedaan, tot nakoming van verbintenissen jegens deze vóór de faillietverklaring ontstaan, bevrijdt hem, die haar deed, tegenover de boedel, zolang zijn bekendheid met de faillietverklaring niet bewezen wordt.
Voldoening, als in het vorig lid bedoeld, na de bekendmaking der faillietverklaring aan de gefailleerde gedaan, bevrijdt tegenover de boedel alleen dan, wanneer hij, die haar deed, bewijst dat de faillietverklaring te zijner woonplaats langs de weg der wettelijke aankondiging nog niet bekend kon zijn, behoudens het recht van de curator om aan te tonen, dat zij hem toch bekend was.
In elk geval bevrijdt voldoening aan de gefailleerde de schuldenaar tegenover de boedel, voorzover hetgeen door hem voldaan werd ten bate van de boedel is gekomen.