Article 42a
in forceOf bankruptcy · Of the consequences of the declaration of bankruptcy
A juridical act performed after the debtor has deposited a declaration at the registry of the court as referred to in Article 370, paragraph 3, or after a restructuring expert has been appointed by the court in accordance with Article 371, cannot be annulled by invoking the preceding article, if the judge, upon the petition of the debtor, has issued an authorization for that juridical act. The judge shall grant this petition if, at the time the authorization is issued, it can reasonably be assumed that:
the performance of the juridical act is necessary to:
to be able to continue the business conducted by the debtor during the preparation of an agreement as referred to in the articles mentioned in the opening words, or
to be able to prepare an agreement as referred to in the articles mentioned in the opening words, to be able to put it to a vote or to be able to have it homologated by the court in accordance with Article 384, and
the interests of the joint creditors of the debtor are served by this juridical act, while none of the individual creditors is materially prejudiced in his interests thereby.
Articles 369, paragraphs 7 to 10 inclusive, and 371, paragraph 2, first, second and fifth sentences, and paragraph 14, apply mutatis mutandis.
Een rechtshandeling die is verricht nadat de schuldenaar ter griffie van de rechtbank een verklaring heeft gedeponeerd als bedoeld in artikel 370, derde lid, of nadat er overeenkomstig artikel 371 door de rechtbank een herstructureringsdeskundige is aangewezen, kan niet met een beroep op het vorige artikel worden vernietigd, als de rechter op verzoek van de schuldenaar voor die rechtshandeling een machtiging heeft afgegeven. De rechter honoreert dit verzoek als op het moment dat de machtiging wordt verstrekt redelijkerwijs valt aan te nemen dat:
het verrichten van de rechtshandeling noodzakelijk is om:
de door de schuldenaar gedreven onderneming tijdens de voorbereiding van een akkoord als bedoeld in de artikelen genoemd in de aanhef te kunnen blijven voortzetten, of
een akkoord als bedoeld in de artikelen genoemd in de aanhef te kunnen voorbereiden, in stemming te kunnen brengen of overeenkomstig artikel 384 door de rechtbank te kunnen laten homologeren, en
de belangen van de gezamenlijke schuldeisers van de schuldenaar bij deze rechtshandeling gediend zijn, terwijl geen van de individuele schuldeisers daardoor wezenlijk in zijn belangen wordt geschaad.
De artikelen 369, zevende tot en met tiende lid, en 371, tweede lid, eerste, tweede en vijfde zin, en veertiende lid, zijn van overeenkomstige toepassing.