Dutch Legislation

Article 182

in force

Of bankruptcy · Of the liquidation of the estate

Bankruptcy Act (Faillissementswet) · Title I · Section 7 · In force since 2005-12-01

Source
1.

The general bankruptcy costs are apportioned over each part of the estate, with the exception of that which, after an execution in accordance with Article 57 or Article 60, paragraph 3, second sentence, accrues to the pledgees or mortgagees, to the creditors with a right of retention and to the holders of limited rights, lessees and agricultural lessees whose right has lapsed or been lost by the execution, but including that which, pursuant to such an execution, has been paid out to the bankruptcy trustee for the benefit of a creditor who was privileged above one or more of the aforementioned persons.

2.

The exception referred to in the preceding paragraph also applies with respect to aircraft which have been sold by a creditor itself in accordance with the provision of Article 59a.

1.

De algemene faillissementskosten worden omgeslagen over ieder deel van de boedel, met uitzondering van hetgeen na een executie overeenkomstig artikel 57 of artikel 60, derde lid, tweede zin, toekomt aan de pand- of hypotheekhouders, aan de schuldeisers met retentierecht en aan de beperkt gerechtigden, huurders en pachters wier recht door de executie is vervallen of verloren gegaan, maar met inbegrip van hetgeen krachtens een zodanige executie aan de curator is uitgekeerd ten behoeve van een schuldeiser die boven een of meer van voormelde personen bevoorrecht was.

2.

De in het vorige lid genoemde uitzondering geldt eveneens ten aanzien van luchtvaartuigen, welke overeenkomstig de bepaling van artikel 59a door een schuldeiser zelf zijn verkocht.