Dutch Legislation

Article 7:325

in force

Agricultural lease · Duration of the lease agreement

Civil Code — Book 7 (specific contracts) · Title 5 · Section 4 · In force since 2007-10-31

Source
1.

The lease agreement shall apply for a fixed period. This period shall be twelve years for a farm (hoeve) and six years for separate parcels of land (los land).

2.

A lease agreement may be entered into for a longer duration, provided that a specific date of termination has been established.

3.

A lease agreement (pachtovereenkomst) may be entered into for a shorter duration, provided that a specific date of termination has been established. The shorter duration requires the approval of the Agricultural Tenancies Authority (grondkamer), which may be granted either prior to entering into the agreement or during the review thereof.

4.

The grondkamer shall grant its approval for a shorter duration only on the basis of the particular circumstances of the case and if the general interests of agriculture are not harmed thereby. It shall state the reason for its approval in its decision. Restrictions imposed on the lessor by third parties shall not be considered particular circumstances.

5.

The lease agreement which applies for a duration of at least twelve years for a farmstead and at least six years for separate land, shall be extended by operation of law by six years each time.

6.

If the ground chamber (grondkamer) has approved a shorter term, no extension by operation of law shall take place, but the court may, upon a claim by the lessee, extend the agreement for a period to be determined by the court on the ground that the special circumstances referred to in paragraph 4 have not occurred and can no longer occur. The claim must be instituted within a term determined for that purpose by the ground chamber in its decision. Paragraph 5 applies to the extended agreement.

7.

If the chamber for land affairs (grondkamer) has approved a term of one year or shorter, no extension shall take place.

1.

De pachtovereenkomst geldt voor een bepaalde tijd. Deze tijd bedraagt twaalf jaren voor een hoeve en zes jaren voor los land.

2.

Een pachtovereenkomst kan voor een langere duur worden aangegaan, mits een bepaalde datum van beëindiging is vastgesteld.

3.

Een pachtovereenkomst kan voor een kortere duur worden aangegaan, mits een bepaalde datum van beëindiging is vastgesteld. De kortere duur behoeft de goedkeuring van de grondkamer, welke hetzij vóór het aangaan van de overeenkomst, hetzij bij de toetsing daarvan kan worden verleend.

4.

De grondkamer verleent haar goedkeuring aan de kortere duur alleen op grond van de bijzondere omstandigheden van het geval en indien de algemene belangen van de landbouw daardoor niet worden geschaad. Zij vermeldt in haar beschikking de reden van haar goedkeuring. Als bijzondere omstandigheden worden niet beschouwd beperkingen, aan de verpachter door derden opgelegd.

5.

De pachtovereenkomst die geldt voor de duur van ten minste twaalf jaren voor een hoeve en ten minste zes jaren voor los land, wordt telkens van rechtswege met zes jaren verlengd.

6.

Heeft de grondkamer een kortere termijn goedgekeurd, dan vindt geen verlenging van rechtswege plaats, maar kan de rechter op vordering van de pachter de overeenkomst verlengen voor een door de rechter vast te stellen periode op de grond dat de bijzondere omstandigheden, bedoeld in lid 4 zich niet hebben voorgedaan en zich ook niet meer kunnen voordoen. De vordering moet worden ingesteld binnen een daartoe door de grondkamer in haar beschikking vastgestelde termijn. Op de verlengde overeenkomst is lid 5 van toepassing.

7.

Heeft de grondkamer een termijn van een jaar of korter goedgekeurd, dan vindt geen verlenging plaats.