Dutch Legislation

Article 3:181

in force

Community · General provisions

Civil Code — Book 3 (property law, general part) · Title 7 · Section 1 · In force since 1992-01-01

Source
1.

In the event that co-proprietors or those whose cooperation is required fail to cooperate in a division after it has been ordered by a judicial decision, the court that heard the claim for division in the first instance shall, if such appointment has not already taken place in that decision, appoint at the petition of the most diligent party a neutral person (onzijdig persoon) to represent them in the division and to promote their interests therein to the best of his own judgment. If those who fail to cooperate have conflicting interests, a neutral person shall be appointed for each of them.

2.

A neutral person (onzijdig persoon) is obliged to receive, on behalf of the person they represent, that which is due to the latter pursuant to the division, and to exercise the administration (bewind) thereof in accordance with Article 410 of Book 1 until the delivery to the entitled party.

3.

The remuneration to which the neutral person (onzijdige persoon) is entitled at the expense of the person entitled shall, upon his petition, be determined by the court that appointed him.

1.

Voor het geval dat deelgenoten of zij wier medewerking vereist is, niet medewerken tot een verdeling nadat deze bij rechterlijke uitspraak is bevolen, benoemt de rechter die in eerste aanleg van de vordering tot verdeling heeft kennis genomen, indien deze benoeming niet reeds bij die uitspraak heeft plaatsgehad, op verzoek van de meest gerede partij een onzijdig persoon die hen bij de verdeling vertegenwoordigt en daarbij hun belangen naar eigen beste inzicht behartigt. Hebben degenen die niet medewerken tegenstrijdige belangen, dan wordt voor ieder van hen een onzijdig persoon benoemd.

2.

Een onzijdig persoon is verplicht hetgeen aan de door hem vertegenwoordigde persoon ingevolge de verdeling toekomt, voor deze in ontvangst te nemen en daarover tot de afgifte aan de rechthebbende op de voet van artikel 410 van Boek 1 het bewind te voeren.

3.

De beloning die de onzijdige persoon ten laste van de rechthebbende toekomt, wordt op zijn verzoek vastgesteld door de rechter die hem benoemde.