Article 3:45
in forceJuridical acts
If a debtor, when performing a non-obligatory juridical act, knew or ought to have known that it would result in prejudice to the possibilities of one or more creditors to recover their claims, the juridical act is voidable and the ground for annulment may be invoked by any creditor prejudiced in his recovery possibilities by the juridical act, regardless of whether his claim arose before or after the act.
A juridical act other than one performed for no consideration, which is either multilateral or unilateral and addressed to one or more specific persons, may be avoided on the ground of prejudice only if those with or towards whom the debtor performed the juridical act also knew or ought to have known that prejudice to one or more creditors would be the result thereof.
If a juridical act performed for no consideration is avoided on the ground of prejudice, the avoidance shall have no effect against the beneficiary who neither knew nor ought to have known that the juridical act would result in prejudice to one or more creditors, insofar as he demonstrates that at the time of the declaration of avoidance or the bringing of the action for avoidance he was not enriched as a consequence of the juridical act.
A creditor who challenges a juridical act on the grounds of prejudice shall nullify it solely for his own benefit and no further than is necessary to eliminate the prejudice suffered by him.
Rights acquired in good faith by third parties, other than for no consideration, in property that was the subject of the annulled juridical act, shall be respected. With regard to a third party in good faith who has acquired for no consideration, the annulment shall have no effect to the extent that he demonstrates that, at the moment the property is claimed from him, he is not enriched as a consequence of the juridical act.
Indien een schuldenaar bij het verrichten van een onverplichte rechtshandeling wist of behoorde te weten dat daarvan benadeling van een of meer schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden het gevolg zou zijn, is de rechtshandeling vernietigbaar en kan de vernietigingsgrond worden ingeroepen door iedere door de rechtshandeling in zijn verhaalsmogelijkheden benadeelde schuldeiser, onverschillig of zijn vordering vóór of na de handeling is ontstaan.
Een rechtshandeling anders dan om niet, die hetzij meerzijdig is, hetzij eenzijdig en tot een of meer bepaalde personen gericht, kan wegens benadeling slechts worden vernietigd, indien ook degenen met of jegens wie de schuldenaar de rechtshandeling verrichtte, wisten of behoorden te weten dat daarvan benadeling van een of meer schuldeisers het gevolg zou zijn.
Wordt een rechtshandeling om niet wegens benadeling vernietigd, dan heeft de vernietiging ten aanzien van de bevoordeelde die wist noch behoorde te weten dat van de rechtshandeling benadeling van een of meer schuldeisers het gevolg zou zijn, geen werking, voor zover hij aantoont dat hij ten tijde van de verklaring of het instellen van de vordering tot vernietiging niet ten gevolge van de rechtshandeling gebaat was.
Een schuldeiser die wegens benadeling tegen een rechtshandeling opkomt, vernietigt deze slechts te zijnen behoeve en niet verder dan nodig is ter opheffing van de door hem ondervonden benadeling.
Rechten, door derden te goeder trouw anders dan om niet verkregen op goederen die het voorwerp waren van de vernietigde rechtshandeling, worden geëerbiedigd. Ten aanzien van de derde te goeder trouw die om niet heeft verkregen, heeft de vernietiging geen werking voor zover hij aantoont dat hij op het ogenblik dat het goed van hem wordt opgeëist, niet ten gevolge van de rechtshandeling gebaat is.