Dutch Legislation

Article 3:43

in force

Juridical acts

Civil Code — Book 3 (property law, general part) · Title 2 · In force since 2015-01-01

Source
1.

Legal acts which, whether directly or through intermediaries, are intended for the acquisition by:

a.

judges, members of the public prosecution service, judicial clerks, registrars, lawyers, bailiffs and notaries, of property which is the subject of proceedings pending before the court within whose jurisdiction they exercise their office;

b.

civil servants, of goods which are sold by them or in their presence, or

c.

persons invested with public authority, of assets belonging to the State, provinces, municipalities or other public institutions and entrusted to their administration,

are void and oblige the acquirers to pay damages.

2.

Paragraph 1, subparagraph (a) does not relate to testamentary dispositions made by a deceased for the benefit of his heirs at law, nor to legal acts by virtue of which these heirs acquire assets of the estate.

3.

In the case referred to in paragraph 1 under (c), the juridical act is valid if it has been performed with Our approval or if it concerns a sale in public. If the juridical act is intended for acquisition by a member of the municipal council or an alderman, or the mayor respectively, the power of approval referred to in the previous sentence shall vest in the provincial executive (gedeputeerde staten), or the King's Commissioner (Commissaris van de Koning) respectively.

1.

Rechtshandelingen die, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomende personen, strekken tot verkrijging door:

a.

rechters, leden van het openbaar ministerie, gerechtsauditeurs, griffiers, advocaten, deurwaarders en notarissen van goederen waarover een geding aanhangig is voor het gerecht, onder welks rechtsgebied zij hun bediening uitoefenen;

b.

ambtenaren, van goederen die door hen of te hunnen overstaan worden verkocht, of

c.

personen met openbaar gezag bekleed, van goederen die toebehoren aan het Rijk, provincies, gemeenten of andere openbare instellingen en aan hun beheer zijn toevertrouwd,

zijn nietig en verplichten de verkrijgers tot schadevergoeding.

2.

Lid 1 onder a heeft geen betrekking op uiterste wilsbeschikkingen, door een erflater ten voordele van zijn wettelijke erfgenamen gemaakt, noch op rechtshandelingen krachtens welke deze erfgenamen goederen der nalatenschap verkrijgen.

3.

In het geval bedoeld in het eerste lid onder c is de rechtshandeling geldig, indien zij met Onze goedkeuring is geschied of het een verkoop in het openbaar betreft. Indien de rechtshandeling strekt tot verkrijging door een lid van de gemeenteraad of een wethouder, onderscheidenlijk de burgemeester komt de in de vorige zin bedoelde bevoegdheid tot goedkeuring toe aan gedeputeerde staten, onderscheidenlijk de Commissaris van de Koning.