Article 54
in forceApproved institutions · Activities · § Further provisions
The average rent of the dwellings of the approved institution on 1 January of the year following 1 January of any given year shall not exceed the average rent of those dwellings on 1 January of any given year, increased by a percentage determined by ministerial regulation. In the agreements referred to in Article 44, paragraph 1, a higher percentage, as determined by ministerial regulation, may be agreed upon for the dwellings located in the municipality concerned.
In the calculation of the average rent, as referred to in the first paragraph, no account shall be taken of dwellings:
for which, on the aforementioned 1 January date, a lease agreement as referred to in Article 247 of Book 7 of the Civil Code applies;
for which, on the aforementioned 1 January date, a lease agreement as referred to in Article 247b of Book 7 of the Civil Code applies;
which in the relevant year were let for the first time or most recently by the approved institution or to a succeeding tenant;
of which the rent has been increased in the relevant year as a result of a property improvement as referred to in Article 255 paragraph 1, parts (a) and (b), of Book 7 of the Civil Code;
of which the rent has been increased in the relevant year as a result of a proposal to that effect as referred to in Article 252a paragraph 1 of Book 7 of the Civil Code, provided that it is included in agreements as referred to in Article 44, paragraph 1, that the additional rental income associated therewith shall be used for investments and insofar as this income does not exceed the investment amounts agreed upon in those agreements, or has been reduced following a proposal to that effect as referred to in Article 252b paragraph 1 of Book 7 of the Civil Code;
of which the rent in the relevant year, at the request of the tenant, has not been increased or, respectively, has been decreased otherwise than in accordance with Article 252, 252b or 257 of Book 7 of the Civil Code, or has been increased as a result of a proposal to that effect as referred to in Article 252c, point (b), of Book 7 of the Civil Code;
which form a non-self-contained living space.
For the application of the first paragraph, dwellings of the approved institution shall also be understood to include dwellings that the approved institution lets pursuant to Article 45, paragraph 7, point (a).
De gemiddelde huurprijs van de woningen van de toegelaten instelling op 1 januari van het jaar volgend op 1 januari van enig jaar is niet hoger dan de gemiddelde huurprijs van die woningen op 1 januari van enig jaar, vermeerderd met een bij ministeriële regeling bepaald percentage. In de afspraken, bedoeld in artikel 44, eerste lid, kan voor de in de betrokken gemeente gelegen woningen ten hoogste een bij ministeriële regeling bepaald hoger percentage worden overeengekomen.
Bij de berekening van de gemiddelde huurprijs, bedoeld in het eerste lid, wordt geen rekening gehouden met woningen:
waarvoor op laatstgenoemde 1 januari-datum een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 247 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek geldt;
waarvoor op laatstgenoemde 1 januari-datum een huurovereenkomst als bedoeld in artikel 247b van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek geldt;
die in het betrokken jaar voor het eerst of laatstelijk door de toegelaten instelling of aan een opvolgende huurder zijn verhuurd;
waarvan de huurprijs in het betrokken jaar is verhoogd als gevolg van een woningverbetering als bedoeld in artikel 255 lid 1 onderdelen a en b van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
waarvan de huurprijs in het betrokken jaar is verhoogd als gevolg van een voorstel daartoe als bedoeld in artikel 252a lid 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, mits in afspraken als bedoeld in artikel 44, eerste lid, is opgenomen dat de daarmee gepaard gaande extra huurinkomsten worden ingezet voor investeringen en voor zover deze inkomsten, de in die afspraken overeengekomen investeringsbedragen niet overschrijden, of is verlaagd naar aanleiding van een voorstel daartoe als bedoeld in artikel 252b lid 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
waarvan de huurprijs in het betrokken jaar op verzoek van de huurder niet is verhoogd respectievelijk is verlaagd anders dan overeenkomstig artikel 252, 252b of 257 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel is verhoogd als gevolg van een voorstel daartoe als bedoeld in artikel 252c onderdeel b van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
die een onzelfstandige woonruimte vormen.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder woningen van de toegelaten instelling mede verstaan woningen die de toegelaten instelling verhuurt op grond van artikel 45, zevende lid, onderdeel a.