Article 14
in forceSpecial provisions
If a building, open yard or plot of land has been placed under management as referred to in Article 13b, paragraph 2, the municipal executive shall determine a management fee which the person to whom the decision referred to in Article 13b, paragraph 2, is addressed, owes to the municipal executive for the purpose of the management.
The management fee consists of a cost-covering remuneration for the execution of the management.
The person to whom the decision referred to in Article 13b, paragraph 2, is addressed, shall pay the management fee and the costs due for the implementation of the measures or adjustments referred to in Article 13b, paragraph 4, to the manager.
The municipal executive (college van burgemeester en wethouders) may recover the management fee and the costs due for the facilities or adjustments referred to in Article 13b, paragraph 4, by way of a writ of execution.
The municipal executive (college van burgemeester en wethouders) may set off the rent collected by the manager against the management fee and the costs due for the facilities or adjustments referred to in Article 13b, paragraph 4.
The administrator shall only remit the collected rental payments to the person to whom the decision referred to in Article 13b, paragraph 2, is addressed, insofar as no monetary debts, as referred to in the third paragraph, remain outstanding.
Indien een gebouw, open erf of terrein in beheer is gegeven als bedoeld in artikel 13b, tweede lid, stelt het college van burgemeester en wethouders een beheervergoeding vast die degene tot wie het in artikel 13b, tweede lid bedoelde besluit is gericht, is verschuldigd aan het college van burgemeester en wethouders ten behoeve van het beheer.
De beheervergoeding bestaat uit een kostendekkende vergoeding voor de uitvoering van het beheer.
Degene tot wie het in artikel 13b, tweede lid bedoelde besluit is gericht, betaalt de beheervergoeding en de verschuldigde kosten voor het treffen van de voorzieningen of aanpassingen, bedoeld in artikel 13b, vierde lid, aan de beheerder.
Het college van burgemeester en wethouders kan de beheervergoeding en de verschuldigde kosten van de voorzieningen of aanpassingen, bedoeld in artikel 13b, vierde lid, invorderen bij dwangbevel.
Het college van burgemeester en wethouders kan de door de beheerder geïnde huurpenningen verrekenen met de beheervergoeding en de verschuldigde kosten van de voorzieningen of aanpassingen, bedoeld in artikel 13b, vierde lid.
De beheerder draagt de door hem geïnde huurpenningen slechts af aan degene tot wie het in artikel 13b, tweede lid bedoelde besluit is gericht, voor zover geen geldschulden, bedoeld in het derde lid, open staan.