Article 49
in forceDeeds, minutes, engrossments and copies
Insofar as not otherwise provided by or pursuant to the law, the civil-law notary (notaris) shall provide, in respect of the notarial deeds belonging to his protocol:
certified copies, extracts and engrossments to parties to the deed and to those who derive a right from the deed if the entire content of the deed is of direct importance to that right;
extracts, whether or not issued in executory form, to those who derive a right from a part of the content of the deed, but only in respect of that part of the deed which is directly relevant to that right;
certified copies, extracts and engrossments to the successors under universal title of the party or entitled person referred to under (a) and (b).
The extract must be verbatim identical to the incorporated parts of the deed. It must state the head and the conclusion of the deed and, finally, contain the words: Issued as a verbatim identical extract.
The person who derives a right from the content of the deed as referred to in the first paragraph, under (a) and (b), shall also include the person who has lost an inheritance claim due to a testamentary disposition, but only with respect to the relevant part of that testamentary disposition.
The civil-law notary may issue copies and extracts of deeds and documents not belonging to his protocol to those who have the power of disposal over the deed or document.
Any person who, pursuant to this Article, is entitled to a copy, an extract, or an engrossment, may also request to inspect the deed or the relevant part of the deed.
Voor zover bij of krachtens de wet niet anders is bepaald, geeft de notaris van de tot zijn protocol behorende notariële akten:
afschriften, uittreksels en grossen uit aan partijen bij de akte en aan degenen die een recht ontlenen aan de akte indien de gehele inhoud van de akte van rechtstreeks belang is voor dat recht;
al dan niet in executoriale vorm uitgegeven uittreksels uit aan degenen die aan een deel van de inhoud van de akte een recht ontlenen, doch alleen voor wat betreft dat gedeelte van de akte dat rechtstreeks van belang is voor dat recht;
afschriften, uittreksels en grossen uit aan de rechtverkrijgenden onder algemene titel van de onder a en b genoemde partij of rechthebbende.
Het uittreksel moet woordelijk gelijkluidend zijn met de overgenomen gedeelten van de akte. Het moet het hoofd en het slot van de akte vermelden en tot slot hebben de woorden: Uitgegeven voor woordelijk gelijkluidend uittreksel.
Onder degene die een recht ontleent aan de inhoud van de akte als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, wordt mede begrepen degene die door een uiterste wilsbeschikking een erfrechtelijke aanspraak heeft verloren, doch slechts ten aanzien van het desbetreffende onderdeel van die wilsbeschikking.
Van de niet tot zijn protocol behorende akten en stukken mag de notaris afschriften en uittreksels uitgeven aan degenen die over de akte of het stuk beschikken.
Degene die op grond van dit artikel recht heeft op een afschrift, uittreksel of grosse, kan ook inzage in de akte of het desbetreffende gedeelte van de akte verlangen.