Dutch Legislation

Article 39

in force

Deeds, minutes, engrossments and copies

Notaries Act (Wna) · Title V · In force since 2023-01-01

Source
1.

The persons and witnesses appearing at the execution of the deed must be known to the civil-law notary. He shall establish the identity of the persons appearing before him for the first time on the basis of a document as referred to in Article 1 of the Compulsory Identification Act (Wet op de identificatieplicht). If persons working under the responsibility of the civil-law notary act as authorized representatives or witnesses, the second sentence shall not apply.

2.

The civil-law notary may in all cases require the presence of two witnesses if he deems this desirable.

3.

The witnesses must be of legal age and have their place of residence in the Netherlands. They must understand the language in which the deed has been drawn up, or the language in which the deed of deposit has been written.

4.

Persons who cannot act as witnesses:

a.

the spouse and the blood relatives and relatives by affinity of the civil-law notary or of the parties to the deed, up to and including the third degree;

b.

the replaced civil-law notary and their spouse, if the deed is executed by a substitute.

5.

In the event of non-compliance with any provision of this article, with the exception of the first paragraph, second sentence, the deed lacks authenticity and does not satisfy the requirements for which the form of a notarial deed is prescribed.

1.

De bij het verlijden van de akte verschijnende personen en getuigen moeten aan de notaris bekend zijn. Hij stelt de identiteit van de personen die de eerste maal voor hem verschijnen vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht. Indien onder de verantwoordelijkheid van de notaris werkzame personen als gevolmachtigden of getuigen optreden, is de tweede volzin niet van toepassing.

2.

De notaris kan in alle gevallen de tegenwoordigheid van twee getuigen verlangen indien hij dit wenselijk acht.

3.

De getuigen moeten meerderjarig zijn en hun woonplaats hebben in Nederland. Zij moeten de taal verstaan waarin de akte is opgesteld, of die waarin de akte van bewaargeving is geschreven.

4.

Geen getuigen kunnen zijn:

a.

de echtgenoot en de bloed- en aanverwanten van de notaris of de partijen bij de akte tot en met de derde graad;

b.

de vervangen notaris en diens echtgenoot, indien de akte wordt verleden door een waarnemer.

5.

In geval van niet-naleving van enige bepaling van dit artikel, met uitzondering van het eerste lid, tweede volzin, mist de akte authenticiteit en voldoet zij niet aan de voorschriften waarin de vorm van een notariële akte wordt geëist.