Dutch Legislation

Article 25

in force

The exercise of the office of civil-law notary

Notaries Act (Wna) · Title III · In force since 2022-10-01

Source
1.

The civil-law notary is obliged to maintain one or more special accounts in his name with a financial undertaking that is permitted to carry on the business of a bank in the Netherlands pursuant to the Financial Supervision Act, stating his capacity, which are intended exclusively for funds that he receives in connection with his professional activities as such. Funds entrusted to the civil-law notary in connection with his professional activities as such for the benefit of third parties must be deposited into that account. The aforementioned financial undertaking shall add the interest accrued on the funds to the balance of the special account. If such funds have been erroneously deposited into another account of the civil-law notary, or if funds have been incorrectly deposited into the special account, the civil-law notary is obliged to transfer these to the correct account without delay. The same applies if the funds have been placed directly into the hands of the civil-law notary. If several civil-law notaries work together in a partnership (maatschap), the special account may be held in the name of those civil-law notaries jointly, the partnership (maatschap), or the company. In the event of cooperation with practitioners of another profession, it must be apparent from the account title of the special account that the civil-law notary holds this account. The civil-law notary shall state the number of the special account on his letterhead.

2.

The civil-law notary (notaris) has exclusive authority to manage and dispose of the special account. He may grant a power of attorney to a person working under his responsibility. He may only make payments from this account upon the instruction of a person entitled thereto.

3.

The right of claim arising from the special account belongs to the joint beneficiaries. The share of each beneficiary shall be calculated in proportion to the amount that has been deposited on his behalf into the special account. The civil-law notary (notaris) or, if it concerns a joint account as referred to in the first paragraph, sixth sentence, every civil-law notary (notaris), is obliged to immediately replenish any deficit in the balance of the special account, and he is liable in that regard, unless he can demonstrate that no blame attaches to him with respect to the occurrence of the deficit.

4.

A beneficiary is, insofar as the nature of his right does not imply otherwise, at all times entitled to the disbursement of his share in the balance of the special account. If the balance of the special account is insufficient to disburse the amount of his share to every beneficiary, the civil-law notary (notaris) may only disburse to the beneficiary as much as is possible in connection with the rights of the other beneficiaries. In that case, the balance shall be distributed among the beneficiaries in proportion to each person's share, with the understanding that, if a civil-law notary (notaris) is himself a beneficiary, he shall only be allocated that which remains after the other beneficiaries have received what is due to them.

5.

No third-party attachment may be levied against the share of a beneficiary in the special account held with the financial undertaking referred to in the first paragraph. If a third-party attachment has been levied against the share of a beneficiary in the special account held with the civil-law notary, the civil-law notary who has made a declaration in accordance with Articles 476a and 477 of the Code of Civil Procedure or who has been ordered to pay in accordance with Article 477a of that Code, may, without an instruction from the beneficiary, pay the executing creditor in accordance with the declaration or the court order.

6.

Legal acts performed in violation of the provisions of this article are voidable. The ground for annulment may be invoked by any directly interested party. Rights acquired by third parties in good faith, other than for no consideration, to monies that were the subject of the annulled legal act, shall be respected.

7.

Further rules may be established by ordinance regarding the special account and the management of the funds referred to in the first paragraph. Our Minister may establish rules regarding the method of calculation and payment of interest on the funds deposited into the special account.

8.

The civil-law notary shall, by way of exception to his duty of confidentiality as referred to in Article 22, provide to the inspector or the receiver, as referred to in Article 2 of the General State Taxes Act, Article 2 of the Collection of State Taxes Act 1990, or Article 1:3 of the General Customs Act, if the latter, having been authorised to do so by Our Minister of Finance, requests this in the exercise of a power pursuant to the General State Taxes Act, the Collection of State Taxes Act 1990, or the General Customs Act, respectively:

a.

the names, addresses and places of residence of the persons involved in payments to or from the special account in connection with a transaction or act specifically indicated in the petition in which the civil-law notary has provided his cooperation, as well as the amount of those payments and the numbers of the bank accounts used by those persons;

b.

the nature of the transaction or act to which a payment to or from the special account, specifically indicated in the petition, relates, as well as the names, addresses and places of residence of the persons involved therein, the amount of the payments and the numbers of the bank accounts used by those persons.

When providing the aforementioned data, their mutual connection shall be indicated by the civil-law notary.

9.

The civil-law notary shall, by way of exception to his duty of confidentiality as referred to in Article 22, provide the investigating officer, the public prosecutor, the examining magistrate or Our Minister for Legal Protection with the data relating to the special account which the latter demands by virtue of the exercise of a power pursuant to the Code of Criminal Procedure.

10.

The provisions of this article and the rules referred to in the seventh paragraph may not be departed from.

1.

De notaris is verplicht bij een financiële onderneming die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen een of meer bijzondere rekeningen aan te houden op zijn naam met vermelding van zijn hoedanigheid, die uitsluitend bestemd zijn voor gelden, die hij in verband met zijn werkzaamheden als zodanig onder zich neemt. Gelden die aan de notaris in verband met zijn werkzaamheden als zodanig ten behoeve van derden worden toevertrouwd, moeten op die rekening worden gestort. De bovenbedoelde financiële onderneming voegt de over de gelden gekweekte rente toe aan het saldo van de bijzondere rekening. Indien deze gelden abusievelijk op een andere rekening van de notaris zijn gestort of indien ten onrechte gelden op de bijzondere rekening zijn gestort, is de notaris verplicht deze onverwijld op de juiste rekening te storten. Hetzelfde geldt indien de gelden rechtstreeks in handen van de notaris zijn gesteld. Indien meer notarissen in een maatschap samenwerken, kan de bijzondere rekening ten name van die notarissen tezamen, de maatschap of vennootschap worden gesteld. In geval van samenwerking met beoefenaren van een ander beroep moet uit de tenaamstelling van de bijzondere rekening blijken dat de notaris deze rekening houdt. De notaris vermeldt het nummer van de bijzondere rekening op zijn briefpapier.

2.

De notaris is bij uitsluiting bevoegd tot het beheer en de beschikking over de bijzondere rekening. Hij kan aan een onder zijn verantwoordelijkheid werkzame persoon volmacht verlenen. Ten laste van deze rekening mag hij slechts betalingen doen in opdracht van een rechthebbende.

3.

Het vorderingsrecht voortvloeiende uit de bijzondere rekening behoort toe aan de gezamenlijke rechthebbenden. Het aandeel van iedere rechthebbende wordt berekend naar evenredigheid van het bedrag dat te zijnen behoeve op de bijzondere rekening is gestort. De notaris of, indien het een gezamenlijke rekening als bedoeld in het eerste lid, zesde volzin betreft, iedere notaris, is verplicht een tekort in het saldo van de bijzondere rekening terstond aan te vullen, en hij is ter zake daarvan aansprakelijk, tenzij hij aannemelijk kan maken dat hem ter zake van het ontstaan van het tekort geen verwijt treft.

4.

Een rechthebbende heeft voor zover uit de aard van zijn recht niet anders voortvloeit, te allen tijde recht op uitkering van zijn aandeel in het saldo van de bijzondere rekening. Is het saldo van de bijzondere rekening niet toereikend om aan iedere rechthebbende het bedrag van zijn aandeel uit te keren, dan mag de notaris aan de rechthebbende slechts zoveel uitkeren als in verband met de rechten van de andere rechthebbenden mogelijk is. In dat geval wordt het saldo onder de rechthebbenden verdeeld naar evenredigheid van ieders aandeel, met dien verstande dat, indien een notaris zelf rechthebbende is, hem slechts wordt toegedeeld hetgeen overblijft, nadat de andere rechthebbenden het hun toekomende hebben ontvangen.

5.

Er kan geen derdenbeslag worden gelegd onder de in het eerste lid bedoelde financiële onderneming op het aandeel van een rechthebbende in de bijzondere rekening. Is onder de notaris derdenbeslag gelegd op het aandeel van een rechthebbende in de bijzondere rekening, dan kan de notaris die overeenkomstig de artikelen 476a en 477 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verklaring heeft gedaan of die is veroordeeld overeenkomstig artikel 477a van dat wetboek, zonder opdracht van de rechthebbende overeenkomstig de verklaring of veroordeling betalen aan de executant.

6.

Rechtshandelingen verricht in strijd met de bepalingen van dit artikel zijn vernietigbaar. De vernietigingsgrond kan worden ingeroepen door iedere rechtstreeks belanghebbende. Rechten, door derden te goeder trouw anders dan om niet verkregen op gelden die het voorwerp waren van de vernietigde rechtshandeling, worden geëerbiedigd.

7.

Bij verordening kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de bijzondere rekening en het beheer van de gelden, bedoeld in het eerste lid. Onze Minister kan regels vaststellen met betrekking tot de wijze van berekening en uitkering van de rente van de op de bijzondere rekening gestorte gelden.

8.

De notaris verstrekt, in uitzondering op zijn geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 22, aan de inspecteur of de ontvanger, bedoeld in artikel 2 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 2 van de Invorderingswet 1990 dan wel artikel 1:3 van de Algemene douanewet, indien deze dit, daartoe gemachtigd door Onze Minister van Financiën, verzoekt uit hoofde van de uitoefening van een bevoegdheid op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990 onderscheidenlijk de Algemene douanewet:

a.

de namen, adressen en woonplaatsen van de personen die betrokken zijn bij betalingen naar of vanaf de bijzondere rekening in verband met een in het verzoek specifiek aangeduide transactie of handeling waaraan de notaris zijn medewerking heeft verleend, alsmede de omvang van die betalingen en de nummers van de bankrekeningen waarvan door die personen gebruik is gemaakt;

b.

de aard van de transactie of handeling waarop een in het verzoek specifiek aangeduide betaling naar of vanaf de bijzondere rekening betrekking heeft, alsmede de namen, adressen en woonplaatsen van de personen die daarbij betrokken zijn, de omvang van de betalingen en de nummers van de bankrekeningen waarvan door die personen gebruik is gemaakt.

Bij het verstrekken van de hiervoor genoemde gegevens wordt hun onderling verband door de notaris aangeduid.

9.

De notaris verstrekt, in uitzondering op zijn geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 22, aan de opsporingsambtenaar, de officier van justitie, de rechter-commissaris of Onze Minister voor Rechtsbescherming, de gegevens met betrekking tot de bijzondere rekening die deze vordert uit hoofde van de uitoefening van een bevoegdheid op grond van het Wetboek van Strafvordering.

10.

Van de bepalingen van dit artikel en van de in het zevende lid bedoelde regels kan niet worden afgeweken.