Article 3:1
in forceConditional sentencing, conditional release and community service orders · General provisions
This chapter applies to judicial decisions:
where the enforcement of the custodial sentence imposed on the convicted person has been conditionally suspended;
on the basis of which a custodial sentence has been executed and conditional release has been granted to the convicted person;
in which or on the basis of which an obligation as referred to in Article 3:2 has been imposed, which must be complied with by the convicted person, in the absence of which a custodial sanction may be enforced.
where the imposition of a sanction on the convicted person has been conditionally suspended.
For the application of this Chapter, a judicial decision shall also include a decision taken on the basis of that judicial decision whereby obligations as referred to in Article 3:2 have been imposed on a convicted person, insofar as the contrary does not follow from any provision.
Dit hoofdstuk is van toepassing op rechterlijke uitspraken:
waarbij de tenuitvoerlegging van de aan de veroordeelde opgelegde vrijheidsbenemende sanctie voorwaardelijk is opgeschort;
op grond waarvan een vrijheidsbenemende sanctie ten uitvoer is gelegd en aan de veroordeelde voorwaardelijke invrijheidstelling is verleend;
waarbij of op grond waarvan een verplichting als bedoeld in artikel 3:2 is opgelegd, die door de veroordeelde moet worden nageleefd, bij gebreke waarvan een vrijheidsbenemende sanctie ten uitvoer kan worden gelegd.
waarbij de oplegging van een sanctie aan de veroordeelde voorwaardelijk is opgeschort.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder rechterlijke uitspraak mede begrepen een op grond van die uitspraak genomen beslissing waarbij verplichtingen als bedoeld in artikel 3:2 aan een veroordeelde zijn opgelegd, voor zover niet uit enige bepaling het tegendeel volgt.