Article 2:34
in forceDeprivation of liberty sanctions · Recognition and enforcement of Dutch judicial decisions abroad · § Special provisions
Our Minister may, upon the request of the competent authority of the executing Member State, grant permission for the prosecution, punishment, or any other restriction of the personal liberty of the sentenced person in that State, in respect of acts committed prior to the time of the transfer of the sentenced person and for which he was not transferred.
Our Minister shall grant the permission referred to in the first paragraph in respect of facts for which surrender could have been granted pursuant to the Surrender Act (Overleveringswet).
The petition may only be taken into consideration if it contains the information referred to in Article 2, paragraph 2, of the Surrender Act and is drawn up in the Dutch language or in one of the languages mentioned in the declaration referred to in Article 2, paragraph 3, of that Act. Our Minister shall decide within a period of thirty days after receipt of the petition.
Onze Minister kan op verzoek van de bevoegde autoriteit van de uitvoerende lidstaat toestemming verlenen voor de vervolging, bestraffing of het op enige andere wijze in de persoonlijke vrijheid beperken van de veroordeelde in die staat, ter zake van feiten die vóór het tijdstip van de overbrenging van de veroordeelde zijn begaan en waarvoor hij niet is overgebracht.
Onze Minister geeft de in het eerste lid bedoelde toestemming ten aanzien van feiten waarvoor krachtens de Overleveringswet overlevering had kunnen worden toegestaan.
Het verzoek kan slechts in overweging worden genomen, indien het de gegevens, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Overleveringswet, bevat en is gesteld in de Nederlandse taal of in een van de talen, genoemd in de verklaring, bedoeld in artikel 2, derde lid, van die wet. Onze Minister beslist binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van het verzoek.