Dutch Legislation

Article 2:35

in force

Deprivation of liberty sanctions · Passage

Mutual Recognition of Custodial Sanctions Act (WETS) · Chapter 2 · Section 4 · In force since 2012-11-01

Source
1.

Convicted persons who, for the purpose of the enforcement of a judicial decision, are being transferred from one Member State of the European Union to another Member State of the European Union, may be transported through Dutch territory with the consent of Our Minister.

2.

The consent of Our Minister may be granted upon the petition of the competent authority of the issuing Member State. The petition shall be accompanied by a copy of the completed certificate. Our Minister may request the competent authority of the issuing Member State to provide a translation of the certificate into Dutch or into another official language of the European Union.

3.

Our Minister shall decide within a period of seven days after receipt of the petition or after receipt of the translation referred to in the second paragraph.

4.

Our Minister may refuse consent in cases where the convicted person is registered in the Netherlands for criminal law purposes or for the purpose of surrender to a Member State other than the state of destination, to the International Criminal Court or to another international tribunal, or for the purpose of extradition to a third state.

1.

Veroordeelden die, ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke uitspraak, van de ene lidstaat van de Europese Unie worden overgebracht naar de andere lidstaat van de Europese Unie, kunnen met toestemming van Onze Minister over Nederlands grondgebied worden vervoerd.

2.

De toestemming van Onze Minister kan worden gegeven op verzoek van de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat. Het verzoek gaat vergezeld van een afschrift van het ingevulde certificaat. Onze Minister kan de bevoegde autoriteit van de uitvaardigende lidstaat verzoeken om een vertaling van het certificaat in het Nederlands of in een andere officiële taal van de Europese Unie.

3.

Onze Minister beslist binnen een termijn van zeven dagen na ontvangst van het verzoek of na ontvangst van de vertaling, bedoeld in het tweede lid.

4.

Onze Minister kan de toestemming weigeren in gevallen, waarin de veroordeelde in Nederland gesignaleerd staat voor strafrechtelijke doeleinden of ter fine van overlevering aan een andere lidstaat dan die van bestemming, aan het Internationaal Strafhof of aan een ander internationaal tribunaal of ter fine van uitlevering aan een derde staat.