Article 97
in forceJudicial proceedings · COUNCIL FOR THE JUDICIARY · § Planning and funding
Rules regarding the financing of the judiciary shall be established by Order in Council. These shall in any event include rules concerning:
the objective measurement of the workload at the courts;
the reimbursement of legal costs;
the regulations that may be attached to the funding in connection with the activities of the courts and the associated workload;
the manner in which compliance with the regulations referred to in part (c) during the preceding period may be taken into account in the financing;
the budgetary system to be applied by the Council and the courts.
Before a proposal for an Order in Council to be established pursuant to the first paragraph is made, Our Minister shall provide the Council with the opportunity to make its views known in writing. The explanatory memorandum to the Order in Council shall state to what extent and on what grounds the views of the Council have been departed from.
The recommendation for an Order in Council to be established pursuant to the first paragraph shall not be made until four weeks after the draft has been submitted to both Houses of the States General.
In the report referred to in Article 104, paragraph 1, the Council shall pay attention to the manner in which the Order in Council has been applied. In doing so, the Council shall indicate how the application of the regulation relates to the quality of the performance of duties by the courts and, if necessary, shall make proposals for amendment.
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de financiering van de rechtspraak. Daartoe behoren in elk geval regels betreffende:
de objectieve meting van de werklast bij de gerechten;
de vergoeding van de gerechtskosten;
de voorschriften die aan de financiering kunnen worden verbonden in verband met de activiteiten van de gerechten en de daaraan verbonden werklast;
de wijze waarop bij de financiering rekening kan worden gehouden met de naleving van de in onderdeel c bedoelde voorschriften in de voorafgaande periode;
het door de Raad en de gerechten toe te passen begrotingsstelsel.
Voordat een voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt gedaan, stelt Onze Minister de Raad in de gelegenheid schriftelijk zijn zienswijze kenbaar te maken. In de nota van toelichting bij de algemene maatregel van bestuur wordt aangegeven in hoeverre en op welke gronden van de zienswijze van de Raad is afgeweken.
De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is voorgelegd.
In het verslag, bedoeld in artikel 104, eerste lid, besteedt de Raad aandacht aan de wijze waarop de algemene maatregel van bestuur is toegepast. Daarbij geeft de Raad aan op welke wijze de toepassing van de regeling zich verhoudt tot de kwaliteit van de taakuitvoering door de gerechten en doet hij zo nodig voorstellen tot wijziging.