Dutch Legislation

Article 73

in force

Judicial proceedings · The Supreme Court

Judiciary Organisation Act · Chapter 2 · Section 5 · In force since 2020-01-01

Source
1.

In the event of illness or other impediment, the president shall be replaced by a vice-president.

2.

In the event of illness or other impediment of the registrar, he shall, in the absence of a deputy registrar, be replaced by an acting registrar.

3.

Acting registrars shall be designated by Our Minister upon the recommendation of the Supreme Court. Before being called upon for the first time by the President of the Supreme Court, they shall take the oath or make the affirmation. The form of the oath or affirmation shall be established, and rules regarding the swearing-in shall be laid down, by or pursuant to an Order in Council. An acting registrar shall be granted remuneration by Our Minister in accordance with rules to be laid down by or pursuant to an Order in Council.

4.

An acting registrar shall be dismissed by Our Minister at their own request. Our Minister shall inform the President of the Supreme Court thereof.

5.

Our Minister may dismiss an acting clerk:

a.

if he has not performed any registrar duties for a period of at least three years;

b.

on the grounds of unsuitability other than by reason of illness; or

c.

due to the doing or omitting of something which a person, working on behalf of the Supreme Court, ought to omit or do.

1.

In geval van ziekte of andere verhindering wordt de president vervangen door een vice-president.

2.

In geval van ziekte of andere verhindering van de griffier wordt hij, bij gebreke van een substituut-griffier, vervangen door een waarnemend griffier.

3.

De waarnemend griffiers worden door Onze Minister aangewezen op aanbeveling van de Hoge Raad. Alvorens voor de eerste keer door de president van de Hoge Raad te worden opgeroepen leggen zij de eed of belofte af. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt het formulier voor de eed of belofte vastgesteld en worden regels gesteld over de beëdiging. Aan een waarnemend griffier wordt volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels door Onze Minister een vergoeding toegekend.

4.

Een waarnemend griffier wordt op eigen verzoek door Onze Minister ontslagen. Onze Minister stelt de president van de Hoge Raad hiervan op de hoogte.

5.

Onze Minister kan een waarnemend griffier ontslaan:

a.

indien hij gedurende een periode van ten minste drie jaar geen griffierswerkzaamheden heeft verricht;

b.

op grond van ongeschiktheid anders dan wegens ziekte; of

c.

wegens het doen of nalaten van iets wat een persoon, werkzaam ten behoeve van de Hoge Raad, behoort na te laten of te doen.