Article 48a
in forceJudicial proceedings · The courts · § Formation and composition of chambers
The expert members of the agricultural tenancy chambers (pachtkamers) of the courts, as referred to in Article 48, paragraph 2, of this Act, and their deputies shall be appointed by Royal Decree upon the recommendation of Our Minister, after consultation with the Provincial Executive (Gedeputeerde Staten). They shall be designated as member, or deputy member, respectively, of the agricultural tenancy chamber (pachtkamer).
In order to be appointed as a member or deputy member of a tenancy chamber (pachtkamer), one must be a Dutch national.
The expert members and the deputy members of the agricultural tenancy chambers (pachtkamers) shall be appointed for a term of five years. Upon their retirement, they shall be eligible for reappointment. They shall be dismissed by Royal Decree upon their own petition.
When appointing the expert members and the deputy members, it shall be ensured that neither the interest of the lessees nor the interest of the lessors predominates in the chamber for agricultural tenancy cases (pachtkamer).
Before commencing their duties, the expert members shall take the oath or make the affirmation in accordance with the form as established in the annex to this Act. Rules regarding their swearing-in shall be laid down by Order in Council.
Effective from the first day of the month following that in which an expert member or a deputy member of the land chamber (pachtkamer) has reached the age of seventy years, they shall be granted discharge by Royal Decree.
De deskundige leden van de pachtkamers van de rechtbanken, bedoeld in artikel 48, tweede lid, van deze wet en hun plaatsvervangers worden benoemd bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister, gehoord Gedeputeerde Staten. Zij worden genoemd lid, onderscheidenlijk plaatsvervangend lid van de pachtkamer.
Om te kunnen worden benoemd tot lid of plaatsvervangend lid van een pachtkamer moet men Nederlander zijn.
De deskundige leden en de plaatsvervangende leden van de pachtkamers worden voor de tijd van vijf jaren benoemd. Zij zijn bij hun aftreden weer benoembaar. Zij worden op eigen verzoek bij koninklijk besluit ontslagen.
Bij de benoeming van de deskundige leden en van de plaatsvervangende leden wordt ervoor zorg gedragen dat in de pachtkamer noch het belang der pachters, noch het belang van de verpachters overheerst.
De deskundige leden leggen alvorens zij met hun werkzaamheden aanvangen de eed of belofte af volgens het formulier zoals dat is vastgesteld in de bijlage bij deze wet. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over hun beëdiging.
Met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin een deskundig lid of een plaatsvervangend lid van de pachtkamer de leeftijd van zeventig jaren heeft bereikt, wordt aan hem bij koninklijk besluit ontslag verleend.