Dutch Legislation

Article 6

in force

General provisions

Minimum Wage and Minimum Holiday Allowance Act (WML) · Chapter I · In force since 2020-07-30

Source
1.

For the purposes of the provisions laid down by or pursuant to this Act, wages shall be understood to mean the monetary income arising from the employment relationship, with the exception of:

a.

holiday allowances;

b.

profit distributions;

c.

payments on special occasions;

d.

payments pursuant to entitlements to receive one or more payments after a lapse of time or subject to a condition;

e.

allowances insofar as they can be deemed to be intended to cover necessary costs incurred by the employee in connection with his employment, which shall in any event include costs for travel, housing or food incurred by the employee in connection with his employment, including in connection with the performance of work in a country other than the country where the employee habitually performs work or resides;

f.

a transition payment (transitievergoeding) as referred to in Article 673 of Book 7 of the Civil Code;

g.

benefits pursuant to a savings-based salary scheme (spaarloonregeling) as referred to in Article 32, paragraph 1, of the Wages Tax Act 1964 (Wet op de loonbelasting 1964);

h.

end-of-year bonuses

i.

an employer's contribution to the health insurance premium of a person as referred to in Article 2, paragraph 2, subparagraph (a), of the Healthcare Insurance Act (Zorgverzekeringswet).

2.

By administrative order (algemene maatregel van bestuur), exceptions other than those mentioned in the first paragraph may be established.

3.

Our Minister may establish rules according to which it is assessed which income must be designated as benefits or allowances as referred to in paragraph 1, under (b) to (h) inclusive.

4.

If it does not appear from the terms and conditions of employment and circumstances applicable to the employment relationship of an employee who temporarily performs work in a country other than the country where he habitually performs work or resides whether, and if so which, components of an allowance are intended to cover necessary costs incurred by this employee in connection with the performance of work in a country other than the country where he habitually performs work or resides, the entire allowance shall be regarded as an allowance within the meaning of paragraph 1, subparagraph (e). Rules may be established by administrative order (algemene maatregel van bestuur) regarding the manner in which components of an allowance are specified.

1.

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde worden onder loon verstaan de geldelijke inkomsten uit hoofde van de dienstbetrekking, met uitzondering van:

a.

vakantiebijslagen;

b.

winstuitkeringen;

c.

uitkeringen bij bijzondere gelegenheden;

d.

uitkeringen ingevolge aanspraken om na verloop van tijd of onder een voorwaarde één of meer uitkeringen te ontvangen;

e.

vergoedingen voor zover zij geacht kunnen worden te strekken tot bestrijding van noodzakelijke kosten, die de werknemer in verband met zijn dienstbetrekking heeft te maken, waaronder in ieder geval worden begrepen kosten voor reizen, huisvesting of voeding, die de werknemer in verband met zijn dienstbetrekking heeft te maken, ook in verband met het verrichten van arbeid in een ander land dan waar de werknemer gewoonlijk arbeid verricht of verblijft;

f.

een transitievergoeding als bedoeld in artikel 673 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

g.

uitkeringen ingevolge een spaarloonregeling als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964;

h.

eindejaarsuitkeringen;

i.

een werkgeversbijdrage in de premie voor de ziektekostenverzekering van een persoon, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Zorgverzekeringswet.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere uitzonderingen dan de in het eerste lid genoemde worden gesteld.

3.

Onze Minister kan regelen stellen naar welke wordt beoordeeld welke inkomsten moeten worden aangemerkt als uitkeringen of vergoedingen als bedoeld in het eerste lid, onder b tot en met h.

4.

Indien niet blijkt uit de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden die van toepassing zijn op de dienstbetrekking van een werknemer die tijdelijk arbeid verricht in een ander land dan waar hij gewoonlijk arbeid verricht of verblijft of, en zo ja welke, onderdelen van een vergoeding strekken tot bestrijding van noodzakelijke kosten, die deze werknemer heeft te maken in verband met het verrichten van arbeid in een ander land dan waar hij gewoonlijk arbeid verricht of verblijft, wordt de volledige vergoeding aangemerkt als vergoeding in de zin van het eerste lid, onderdeel e. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de wijze waarop onderdelen van een vergoeding worden gespecificeerd.