Article 6:3a
in forceParental leave · § Form of leave
The employee, as referred to in Article 6:3, paragraph 3, who wishes to be eligible for a benefit as referred to in that paragraph, shall submit the application for such benefit through the employer to the Employee Insurance Agency (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen). The Employee Insurance Agency (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen) shall, following the application, determine the entitlement to, the amount of, and the maximum duration of the benefit on a one-off basis.
The employee referred to in Article 6:3, seventh paragraph, who wishes to be eligible for the benefit referred to in that paragraph, shall submit the application for this purpose, through the intermediary of the employer, to the Employee Insurance Agency (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen) by means of an application form made available by this agency. Upon application, the employment contract or public law appointment of the employee shall be submitted to the Employee Insurance Agency. The final sentence of the first paragraph shall apply mutatis mutandis.
The application, as referred to in the first or second paragraph, relates to full weeks and shall be submitted in the period between the first day on which the leave, to which the benefit relates, has been taken and three months after the child has reached the age of one year, or, in the case of adoption or a foster child, one year and three months after the day of the actual placement for adoption or as a foster child. The payment of the benefit relates to leave that has already been taken at the time of the application. For leave that has been taken after the application has been submitted, the employee may request further payment of the benefit no more than twice. A request for further payment of the benefit relates to full weeks and shall be made through the intermediary of the employer within the period mentioned in the first sentence, in accordance with the maximum duration of the benefit as determined by the Employee Insurance Agency (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen). The further payment of the benefit shall be made by the Employee Insurance Agency (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen) without this having been determined by an administrative decision, if it may reasonably be assumed that there is no need for an administrative decision.
A petition for payment as referred to in the third paragraph shall be submitted by means of an application form made available by the Employee Insurance Agency (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen).
A benefit as referred to in the first or second paragraph shall be provided insofar as the period during which the right to the benefit exists falls within the year and three months preceding the date of the application.
The Employee Insurance Agency (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen) may establish control regulations. These regulations may not exceed what is strictly necessary for the proper implementation of this section.
Articles 3:14, paragraphs 2 and 3, 3:14a, 3:16, paragraphs 1 up to and including 3, and 3:18, paragraphs 6 up to and including 8, shall apply mutatis mutandis.
The employee, as referred to in Article 6:1, paragraph 2, who wishes to be eligible for a benefit as referred to in Article 6:3, shall, through the intermediary of the employer, attach to the application documents demonstrating the date from which he has permanently assumed the care and upbringing of that child as his own child, as well as the date from which he wishes the right to leave and the right to benefit to commence.
De werknemer, bedoeld in artikel 6:3, derde lid, die in aanmerking wenst te komen voor een uitkering als bedoeld in dat lid, doet de aanvraag daartoe door tussenkomst van de werkgever bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt het recht op, de hoogte en de maximale duur van de uitkering naar aanleiding van de aanvraag eenmalig vast.
De werknemer, bedoeld in artikel 6:3, zevende lid, die in aanmerking wenst te komen voor de uitkering, bedoeld in dat lid, doet de aanvraag daartoe, door tussenkomst van de werkgever, bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen door middel van een door dit instituut beschikbaar gesteld aanvraagformulier. Bij de aanvraag wordt de arbeidsovereenkomst of publiekrechtelijk aanstelling van de werknemer aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen overgelegd. De laatste zin van het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
De aanvraag, bedoeld in het eerste of tweede lid, heeft betrekking op gehele weken en wordt ingediend in de periode die gelegen is tussen de eerste dag waarop het verlof, waarop de uitkering betrekking heeft, is genoten en drie maanden nadat het kind de leeftijd van een jaar heeft bereikt, dan wel bij adoptie of een pleegkind een jaar en drie maanden na de dag van de feitelijke opname ter adoptie of als pleegkind. De betaling van de uitkering heeft betrekking op verlof dat op het moment van de aanvraag reeds genoten is. Voor verlof dat is genoten nadat de aanvraag is ingediend, kan de werknemer ten hoogste tweemaal verzoeken om verdere betaling van de uitkering. Een verzoek om verdere betaling van de uitkering heeft betrekking op gehele weken en wordt gedaan door tussenkomst van de werkgever binnen de in de eerste zin genoemde periode conform de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vastgestelde maximale duur van de uitkering. De verdere betaling van de uitkering wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gedaan zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld, indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat aan een beschikking geen behoefte bestaat.
Een verzoek tot betaling als bedoeld in het derde lid, wordt gedaan door middel van een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ter beschikking gesteld aanvraagformulier.
Een uitkering als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt verstrekt voor zover het tijdvak, waarin er sprake is van het recht op uitkering, ligt in het jaar en drie maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan controlevoorschriften vaststellen. Deze voorschriften mogen niet verder gaan dan strikt noodzakelijk is voor de juiste uitvoering van deze paragraaf.
De artikelen 3:14, tweede lid en derde lid, 3:14a, 3:16, eerste tot en met derde lid, en 3:18, zesde tot en met achtste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
De werknemer, bedoeld in artikel 6:1, tweede lid, die in aanmerking wenst te komen voor een uitkering als bedoeld in artikel 6:3 voegt, door tussenkomst van de werkgever, bij de aanvraag documenten waaruit blijkt met ingang van welke datum hij duurzaam de verzorging en de opvoeding van dat kind als zijn eigen kind op zich heeft genomen alsmede waaruit blijkt met ingang van welke datum hij het recht op verlof en het recht op uitkering wil laten ingaan.