Dutch Legislation

Article 3:29

in force

Pregnancy, childbirth, adoption and foster care · Benefit in connection with pregnancy, childbirth, adoption and foster care · § Final provisions

Work and Care Act (WAZO) · Chapter 3 · Section 2 · § 3 · In force since 2019-01-01

Source
1.

If a person is entitled to both a benefit in connection with pregnancy and childbirth and a benefit in connection with adoption or foster care for the same period on the basis of the same paragraph, the benefit in connection with adoption or foster care or in respect of substitution in connection with adoption or foster care shall not be paid to her.

If a person is entitled to both a benefit in connection with adoption and a benefit in connection with foster care for the same period on the basis of the same paragraph, the benefit in connection with foster care or in respect of substitution in connection with foster care shall not be paid to him.

2.

If a person is entitled to a benefit pursuant to Section 1 as well as to a benefit pursuant to Section 2 of this Division for the same period, the benefit pursuant to Section 2 shall be paid to him insofar as it exceeds the benefit pursuant to Section 1 of this Division. If the benefit pursuant to Section 1 is refused in whole or in part on the grounds of any act or omission that can be attributed to the person concerned, that benefit shall be taken into account for the application of this paragraph as if such refusal had not taken place.

3.

If a female self-employed person or a female professional working under an employment contract is entitled to a benefit pursuant to Section 1 as well as a benefit pursuant to Section 2 of this Division for the same period, she shall, by way of derogation from the second paragraph, be paid both the benefit pursuant to Section 1 and the benefit pursuant to Section 2, provided that the female self-employed person or the female professional working under an employment contract is not voluntarily insured as referred to in Division Two, Chapter IV, of the Sickness Benefits Act (Ziektewet) and insofar as:

a.

activities are performed as a female self-employed person or a female professional under an employment contract; and

b.

the benefit pursuant to Section 1 and the benefit pursuant to Section 2 shall together not exceed 100% of the sum of the income from or in connection with work that the female self-employed person or the female professional under an employment contract received on the day immediately preceding the day on which the right to the benefit pursuant to Division 2, Section 1, and the benefit pursuant to Division 2, Section 2, arises.

4.

If a person treated as equivalent as referred to in Article 3:6, paragraph 1, point (b), under 2°, is also entitled, for the same period and on other grounds, to one or more benefits pursuant to Section 1, the benefit of that person treated as equivalent shall be paid out insofar as this benefit, together with the other benefits, does not exceed 100% of the daily wage that forms the basis for the wage-related benefit of the return-to-work benefit for partially disabled persons.

5.

If a person is entitled to a benefit pursuant to Section 1 of this Division as well as to a disability benefit pursuant to the Disability Insurance Act (Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering) for the same period, the former benefit shall be paid insofar as it, together with the disability benefit, does not exceed the highest of the daily wages upon which those benefits are based.

6.

If a person is entitled to a benefit pursuant to Section 2 of this Division as well as to a disability benefit pursuant to the Self-Employed Persons Disablement Benefits Act (Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen) for the same period, then:

a.

if the basis of the first-mentioned benefit is lower than or equal to the basis of the incapacity benefit, the first-mentioned benefit shall be paid out insofar as it, together with the incapacity benefit, does not exceed the basis of the incapacity benefit;

b.

if the basis of the first-mentioned benefit is higher than the basis of the incapacity benefit, the first-mentioned benefit shall be paid out insofar as it, together with the incapacity benefit, does not exceed the basis of the first-mentioned benefit;

c.

if the right to the first-mentioned benefit arises within the period of 52 weeks referred to in Article 7, paragraph 2, of the Self-Employed Persons Disablement Benefits Act (Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen), notwithstanding parts (a) and (b), the first-mentioned benefit shall be paid out insofar as it exceeds the disability benefit.

7.

For the application of the second up to and including the sixth paragraph, the term disability benefit pursuant to the Invalidity Insurance Act (Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering), disability benefit pursuant to the Invalidity Insurance (Self-Employed Persons) Act (Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen), benefit pursuant to Section 1 of this Division, and benefit pursuant to Section 2 of this Division shall also be understood to include the holiday allowance to which there is an entitlement by virtue of those disability benefits and those benefits, insofar as that holiday allowance has been calculated over the same period.

8.

If the incapacity benefit is refused in whole or in part on the grounds of any act or omission that can be attributed to the person concerned, then for the application of the fourth and fifth paragraphs, the incapacity benefit shall be taken into account as if that refusal had not taken place.

1.

Indien een persoon over dezelfde periode op grond van dezelfde paragraaf zowel recht heeft op een uitkering in verband met zwangerschap en bevalling als op een uitkering in verband met adoptie of pleegzorg, wordt haar de uitkering in verband met adoptie of pleegzorg of ter zake van vervanging in verband met adoptie of pleegzorg niet uitbetaald.

Indien een persoon over dezelfde periode op grond van dezelfde paragraaf zowel recht heeft op een uitkering in verband met adoptie als op een uitkering in verband met pleegzorg wordt hem de uitkering in verband met pleegzorg of ter zake van vervanging in verband met pleegzorg niet uitbetaald.

2.

Indien een persoon over dezelfde periode zowel recht heeft op een uitkering op grond van paragraaf 1 als op een uitkering op grond van paragraaf 2 van deze afdeling, wordt hem de uitkering op grond van paragraaf 2 uitbetaald voorzover deze de uitkering op grond van paragraaf 1 van deze afdeling overtreft. Indien de uitkering op grond van paragraaf 1 geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd op grond van enig handelen of nalaten dat de betrokkene kan worden verweten, wordt voor de toepassing van dit lid die uitkering in aanmerking genomen alsof die weigering niet heeft plaatsgevonden.

3.

Indien een vrouwelijke zelfstandige of een vrouwelijke beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst over eenzelfde periode zowel recht heeft op een uitkering op grond van paragraaf 1, als op een uitkering op grond van paragraaf 2 van deze afdeling, worden haar, in afwijking van het tweede lid, zowel de uitkering op grond van zowel paragraaf 1, als de uitkering op grond van paragraaf 2 uitbetaald, mits de vrouwelijke zelfstandige of de vrouwelijke beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst niet vrijwillig verzekerd is als bedoeld in de Tweede Afdeling, Hoofdstuk IV, van de Ziektewet en voor zover:

a.

werkzaamheden als vrouwelijke zelfstandige of vrouwelijke beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst worden verricht; en

b.

de uitkering op grond van paragraaf 1 en de uitkering op grond van paragraaf 2 samen niet meer bedragen dan 100% van de som van de inkomsten uit of in verband met arbeid die de vrouwelijke zelfstandige of de vrouwelijke beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst ontving op de dag direct voorafgaande aan de dag waarop recht op uitkering op grond van afdeling 2, paragraaf 1, en de uitkering op grond van afdeling 2, paragraaf 2, ontstaat.

4.

Indien een gelijkgestelde als bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, over dezelfde periode tevens uit andere hoofde recht heeft op één of meerdere uitkeringen op grond van paragraaf 1, wordt de uitkering van die gelijkgestelde uitbetaald voorzover deze uitkering samen met de andere uitkeringen niet meer bedraagt dan 100% van het dagloon dat ten grondslag ligt aan de loongerelateerde uitkering van de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten.

5.

Indien een persoon over dezelfde periode zowel recht heeft op een uitkering op grond van paragraaf 1 van deze afdeling als op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt eerstgenoemde uitkering uitbetaald voorzover deze samen met de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet meer bedraagt dan het hoogste van de daglonen, die aan die uitkeringen ten grondslag liggen.

6.

Indien een persoon over dezelfde periode zowel recht heeft op een uitkering op grond van paragraaf 2 van deze afdeling als op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, wordt:

a.

indien de grondslag van de eerstgenoemde uitkering lager is dan de grondslag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering of daaraan gelijk is, de eerstgenoemde uitkering uitbetaald voorzover deze samen met de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet meer bedraagt dan de grondslag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering;

b.

indien de grondslag van de eerstgenoemde uitkering hoger is dan de grondslag van de arbeidsongeschiktheidsuitkering, de eerstgenoemde uitkering uitbetaald voorzover deze samen met de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet meer bedraagt dan de grondslag van de eerstgenoemde uitkering;

c.

indien het recht op eerstgenoemde uitkering ontstaat in het tijdvak van 52 weken bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, in afwijking van de onderdelen a en b, de eerstgenoemde uitkering uitbetaald voorzover deze de arbeidsongeschiktheidsuitkering overtreft.

7.

Voor de toepassing van het tweede tot en met zesde lid wordt onder arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, uitkering op grond van paragraaf 1 van deze afdeling en uitkering op grond van paragraaf 2 van deze afdeling tevens verstaan de vakantie-uitkering waarop uit hoofde van die arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en die uitkeringen recht bestaat, voor zover die vakantie-uitkering over dezelfde periode is berekend.

8.

Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd op grond van enig handelen of nalaten dat de betrokkene kan worden verweten, wordt voor de toepassing van het vierde en vijfde lid de arbeidsongeschiktheidsuitkering in aanmerking genomen alsof die weigering niet heeft plaatsgevonden.