Dutch Legislation

Article 39

in force

APPLICATION FOR EU TRADE MARKS

EU Trade Mark Regulation 2017/1001 · Chapter 3 · In force since None

Source

1. The proprietor of an earlier trade mark registered in a Member State, including a trade mark registered in the Benelux countries, or registered under international arrangements having effect in a Member State, who applies for an identical trade mark for registration as an EU trade mark for goods or services which are identical with or contained within those for which the earlier trade mark has been registered, may claim for the EU trade mark the seniority of the earlier trade mark in respect of the Member State in or for which it is registered.

2. Seniority claims shall either be filed together with the EU trade mark application or within two months of the filing date of the application, and shall include the Member State or Member States in or for which the mark is registered, the number and the filing date of the relevant registration, and the goods and services for which the mark is registered. Where the seniority of one or more registered earlier trade marks is claimed in the application, the documentation in support of the seniority claim shall be filed within three months of the filing date. Where the applicant wishes to claim the seniority subsequent to the filing of the application, the documentation in support of the seniority claim shall be submitted to the Office within three months of receipt of the seniority claim.

3. Seniority shall have the sole effect under this Regulation that, where the proprietor of the EU trade mark surrenders the earlier trade mark or allows it to lapse, he shall be deemed to continue to have the same rights as he would have had if the earlier trade mark had continued to be registered.

4. The seniority claimed for the EU trade mark shall lapse where the earlier trade mark the seniority of which is claimed is declared to be invalid or revoked. Where the earlier trade mark is revoked, the seniority shall lapse provided that the revocation takes effect prior to the filing date or priority date of that EU trade mark.

5. The Office shall inform the Benelux Office for Intellectual Property or the central industrial property office of the Member State concerned of the effective claiming of seniority.

6. The Commission shall adopt implementing acts specifying the kind of documentation to be filed for claiming the seniority of a national trade mark or a trade mark registered under international agreements having effect in a Member State in accordance with paragraph 2 of this Article. Those implementing acts shall be adopted in accordance with the examination procedure referred to in Article 207(2).

7. The Executive Director may determine that the documentation to be provided by the applicant in support of the seniority claim may consist of less than what is required under the specifications adopted in accordance with paragraph 6, provided that the information required is available to the Office from other sources.

1. De houder van een in een lidstaat ingeschreven ouder merk, met inbegrip van een op het grondgebied van de Benelux ingeschreven merk, of van een ouder merk waarvoor een internationale inschrijving met rechtsgevolgen in een lidstaat bestaat, die voor waren of diensten welke gelijk zijn aan of vallen onder de waren of diensten waarvoor het oudere merk ingeschreven is, de inschrijving van eenzelfde merk als het Uniemerk aanvraagt, kan voor het Uniemerk de anciënniteit van het oudere merk inroepen met betrekking tot de lidstaat waar of waarvoor dit merk ingeschreven is.

2. Beroepen op anciënniteit worden samen met de aanvraag voor een Uniemerk of binnen twee maanden na de datum van indiening van de aanvraag ingediend, en vermelden de lidstaat of lidstaten waar of waarvoor het merk is ingeschreven, het nummer en de datum van indiening van de desbetreffende inschrijving, en de waren en diensten waarvoor het merk is ingeschreven. Indien in de aanvraag anciënniteit van één of meer ingeschreven oudere merken wordt ingeroepen, wordt de documentatie ter staving van het beroep op anciënniteit ingediend binnen drie maanden na de datum van indiening. Indien de aanvrager de anciënniteit wenst in te roepen na de indiening van de aanvraag, wordt de documentatie ter staving van het beroep op anciënniteit binnen drie maanden na ontvangst van het beroep op anciënniteit bij het Bureau ingediend.

3. Het enige rechtsgevolg van de anciënniteit krachtens deze verordening bestaat erin, dat wanneer de houder van het Uniemerk afstand doet van het oudere merk of het laat vervallen, hij geacht wordt dezelfde rechten te blijven genieten als wanneer het oudere merk ingeschreven was gebleven.

4. De voor het Uniemerk ingeroepen anciënniteit gaat teniet wanneer het oudere merk waarvoor anciënniteit wordt ingeroepen, nietig of vervallen wordt verklaard. Wanneer het oudere merk vervallen wordt verklaard, gaat de anciënniteit teniet op voorwaarde dat het verval ingaat vóór de datum van indiening of de datum van voorrang van het Uniemerk.

5. Het Bureau stelt het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom, of het centraal bureau voor industriële eigendom van de betrokken lidstaat, ervan in kennis dat anciënniteit is ingeroepen.

6. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot welk soort documentatie moet worden ingediend voor het overeenkomstig lid 2 van dit artikel inroepen van de anciënniteit van een nationaal merk of een merk ingeschreven ingevolge internationale overeenkomsten met rechtsgevolgen in een lidstaat. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 207, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

7. De uitvoerend directeur kan bepalen dat de documentatie die de aanvrager tot staving van het beroep op anciënniteit moet verstrekken, minder mag omvatten dan wat is voorgeschreven in de krachtens lid 6 vastgestelde specificaties, op voorwaarde dat de voorgeschreven informatie voor het Bureau beschikbaar is uit andere bronnen.