Dutch Legislation

Article 165

in force

THE OFFICE

EU Trade Mark Regulation 2017/1001 · Chapter 12 · In force since None

Source

1. The Boards of Appeal shall be responsible for deciding on appeals from decisions taken pursuant to Articles 160 to 164.

2. The decisions of the Boards of Appeal shall be taken by three members, at least two of whom are legally qualified. In certain specific cases, decisions shall be taken by the Grand Board chaired by the President of the Boards of Appeal or by a single member, who shall be legally qualified.

3. In order to determine the special cases which fall under the jurisdiction of the Grand Board, account should be taken of the legal difficulty or the importance of the case or of special circumstances which justify it. Such cases may be referred to the Grand Board:

(a) by the authority of the Boards of Appeal referred to in Article 166(4)(a); or

(b) by the Board handling the case.

4. The Grand Board shall also be responsible for giving reasoned opinions on questions of law referred to it by the Executive Director pursuant to Article 157(4)(l).

5. To determine which specific cases fall under the authority of a single member, account should be taken of the lack of difficulty of the legal or factual matters raised, the limited importance of the individual case or the absence of other specific circumstances. The decision to confer a case on one member in the cases referred to shall be adopted by the Board handling the case.

1. De kamers van beroep zijn bevoegd zich uit te spreken over het beroep dat is ingesteld tegen beslissingen die krachtens de artikelen 160 tot en met 164 zijn genomen.

2. De kamers van beroep beslissen in een samenstelling van drie leden, onder wie ten minste twee juristen zijn. In een aantal bijzondere gevallen wordt beslist door de grote kamer die wordt voorgezeten door de president van de kamers van beroep, of door één enkel lid, dat jurist moet zijn.

3. Om vast te stellen welke bijzondere gevallen tot de bevoegdheid van de grote kamer behoren, wordt rekening gehouden met de juridische moeilijkheid, met het belang van de zaak of met bijzondere omstandigheden die ter rechtvaardiging dienen. In deze gevallen kan de zaak naar de grote kamer worden doorverwezen door:

a) het in artikel 166, lid 4, onder a), bedoelde orgaan van de kamers van beroep, of

b) de kamer die de zaak behandelt.

4. De grote kamer is tevens bevoegd om een met redenen omkleed advies uit te brengen over rechtsvragen die haar overeenkomstig artikel 157, lid 4, onder l), door de uitvoerend directeur worden voorgelegd.

5. Om vast te stellen in welke bijzondere gevallen door één lid kan worden beslist, wordt rekening gehouden met de geringe moeilijkheid van de juridische of feitelijke vraagstukken, het beperkte belang van de betrokken zaak of het ontbreken van andere bijzondere omstandigheden. De beslissing om een zaak in bovengenoemde gevallen aan één lid toe te wijzen, wordt genomen door de kamer die de zaak behandelt.