Dutch Legislation

Article 18b

in force

Persons with special reception needs

Asylum Seekers Provisions Regulation 2005 (Rva) · Chapter IVa · In force since 2024-02-01

Source
1.

In the exercise of the power referred to in Article 3a of the Central Agency for the Reception of Asylum Seekers Act, the COA ensures that:

a.

Minor children of asylum seekers or minor asylum seekers shall be housed with their parents, with their unmarried brothers or sisters or with the adult who is responsible for them under the law or practice of the Netherlands, provided that it is in the best interests of the minor concerned;

b.

dependent adult asylum seekers with special reception needs are, as a rule, accommodated with adult close relatives who are already present in the Netherlands and who are responsible for them by law or in practice;

c.

unaccompanied minor aliens are accommodated:

1°.

with adult blood relatives

2°.

in a foster family;

3°.

in special care facilities for minors; or

4°.

in other accommodation that is suitable for minors.

2.

In derogation from paragraph 1, point (c), unaccompanied minors who are at least 16 years of age may be accommodated in reception facilities for adult asylum seekers, if this is in their interest.

3.

Insofar as possible, brothers and sisters shall be housed together, taking into account the interests of the minor concerned and in particular his age and maturity.

1.

Bij de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 3a, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, zorgt het COA ervoor dat:

a.

minderjarige kinderen van asielzoekers of minderjarige asielzoekers worden gehuisvest bij hun ouders, bij hun ongehuwde broers of zussen of bij de volwassene die krachtens het recht of de praktijk van Nederland voor hen verantwoordelijk is, mits het in het belang van de betrokken minderjarige is;

b.

afhankelijke volwassen asielzoekers met bijzondere opvangbehoeften in de regel worden ondergebracht bij volwassen nauwe verwanten die zich reeds in Nederland bevinden en die volgens het recht of de praktijk voor hen verantwoordelijk zijn;

c.

alleenstaande minderjarige vreemdelingen worden ondergebracht:

1°.

bij volwassen bloedverwanten;

2°.

in een pleeggezin;

3°.

in speciale opvangvoorzieningen voor minderjarigen; of

4°.

in andere huisvesting die geschikt is voor minderjarigen.

2.

In afwijking van het eerste lid, onder c, mogen alleenstaande minderjarigen die ten minste 16 jaar oud zijn in opvangvoorzieningen voor meerderjarige asielzoekers worden ondergebracht, indien dit in hun belang is.

3.

Voor zover mogelijk worden broers en zussen bij elkaar gehuisvest, rekening houdend met het belang van de betrokken minderjarige en in het bijzonder met zijn leeftijd en maturiteit.