Article 15
in forceRIGHTS
1. Directive 2003/86/EC shall apply with the derogations laid down in this Article.
2. By way of derogation from Articles 3(1) and 8 of Directive 2003/86/EC, family reunification shall not be made dependent on the requirement of the EU Blue Card holder having reasonable prospects of obtaining the right of permanent residence and having a minimum period of residence.
3. By way of derogation from the last subparagraph of Article 4(1) and Article 7(2) of Directive 2003/86/EC, the integration conditions and measures referred to therein may only be applied after the persons concerned have been granted family reunification.
4. By way of derogation from the first subparagraph of Article 5(4) of Directive 2003/86/EC, residence permits for family members shall be granted, where the conditions for family reunification are fulfilled, at the latest within six months from the date on which the application was lodged.
5. By way of derogation from Article 13(2) and (3) of Directive 2003/86/EC, the duration of validity of the residence permits of family members shall be the same as that of the residence permits issued to the EU Blue Card holder insofar as the period of validity of their travel documents allows it.
6. By way of derogation from the second sentence of Article 14(2) of Directive 2003/86/EC, Member States shall not apply any time limit in respect of access to the labour market.
This paragraph is applicable from 19 December 2011.
7. By way of derogation to Article 15(1) of Directive 2003/86/EC, for the purposes of calculation of the five years of residence required for the acquisition of an autonomous residence permit, residence in different Member States may be cumulated.
8. If Member States have recourse to the option provided for in paragraph 7, the provisions set out in Article 16 of this Directive in respect of accumulation of periods of residence in different Member States by the EU Blue Card holder shall apply mutatis mutandis.
1. Richtlijn 2003/86/EG is van toepassing met de in dit artikel neergelegde afwijkingen.
2. In afwijking van artikel 3, lid 1, en van artikel 8 van Richtlijn 2003/86/EG wordt aan gezinshereniging niet de voorwaarde verbonden dat de houder van de Europese blauwe kaart reden heeft om te verwachten dat hem een permanent verblijfsrecht zal worden toegekend en dat hij een minimumperiode van verblijf heeft gehad.
3. In afwijking van artikel 4, lid 1, laatste alinea, en van artikel 7, lid 2, van Richtlijn 2003/86/EG kunnen de daarin bedoelde integratievoorwaarden en -maatregelen alleen worden toegepast nadat de betrokken personen gezinshereniging is toegestaan.
4. In afwijking van artikel 5, lid 4, eerste alinea, van Richtlijn 2003/86/EG worden uiterlijk zes maanden na de datum van indiening van een aanvraag de verblijfsvergunningen voor gezinsleden verstrekt, mits de voorwaarden voor gezinshereniging zijn vervuld.
5. In afwijking van artikel 13, leden 2 en 3, van Richtlijn 2003/86/EG hebben de verblijfsvergunningen van gezinsleden dezelfde geldigheidsduur als die van de houder van de Europese blauwe kaart, voor zover de geldigheidsduur van hun reisdocumenten dit toelaat.
6. In afwijking van artikel 14, lid 2, tweede zin, van Richtlijn 2003/86/EG passen de lidstaten geen wachttermijn voor toegang tot de arbeidsmarkt toe.
Dit lid wordt van toepassing vanaf 19 december 2011.
7. In afwijking van artikel 15, lid 1, van Richtlijn 2003/86/EG telt het verblijf in verschillende lidstaten mee voor de berekening van de vijf jaar verblijf die nodig zijn voor het verkrijgen van een zelfstandige verblijfsvergunning.
8. Indien de lidstaat gebruik maakt van de mogelijkheid die wordt geboden in lid 7, zijn de bepalingen van artikel 16 van deze richtlijn betreffende de cumulatie van perioden van verblijf in verschillende lidstaten door de houder van een Europese blauwe kaart van overeenkomstige toepassing.