Dutch Legislation

Article 16

in force

RIGHTS

Directive 2009/50/EC — EU Blue Card · Chapter 4 · In force since None

Source

1. Directive 2003/109/EC shall apply with the derogations laid down in this Article.

2. By way of derogation from Article 4(1) of Directive 2003/109/EC, the EU Blue Card holder having made use of the possibility provided for in Article 18 of this Directive is allowed to cumulate periods of residence in different Member States in order to fulfil the requirement concerning the duration of residence, if the following conditions are met:

(a) five years of legal and continuous residence within the territory of the Community as an EU Blue Card holder; and

(b) legal and continuous residence for two years immediately prior to the submission of the relevant application as an EU Blue Card holder within the territory of the Member State where the application for the long-term resident's EC residence permit is lodged.

3. For the purpose of calculating the period of legal and continuous residence in the Community and by way of derogation from the first subparagraph of Article 4(3) of Directive 2003/109/EC, periods of absence from the territory of the Community shall not interrupt the period referred to in paragraph 2(a) of this Article if they are shorter than 12 consecutive months and do not exceed in total 18 months within the period referred to in paragraph 2(a) of this Article. This paragraph shall apply also in cases where the EU Blue Card holder has not made use of the possibility provided for in Article 18.

4. By way of derogation from Article 9(1)(c) of Directive 2003/109/EC, Member States shall extend to 24 consecutive months the period of absence from the territory of the Community which is allowed to an EC long-term resident holder of a long-term residence permit with the remark referred to in Article 17(2) of this Directive and of his family members having been granted the EC long-term resident status.

5. The derogations to Directive 2003/109/EC set out in paragraphs 3 and 4 of this Article may be restricted to cases where the third-country national concerned can present evidence that he has been absent from the territory of the Community to exercise an economic activity in an employed or self-employed capacity, or to perform a voluntary service, or to study in his own country of origin.

6. Article 14(1)(f) and 15 shall continue to apply for holders of a long-term residence permit with the remark referred to in Article 17(2), where applicable, after the EU Blue Card holder has become an EC long-term resident.

1. Richtlijn 2003/109/EG is van toepassing, behoudens de in dit artikel neergelegde afwijkingen.

2. In afwijking van artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2003/109/EG mag de houder van de Europese blauwe kaart die gebruik heeft gemaakt van de in artikel 18 van deze richtlijn geboden mogelijkheid, de perioden van verblijf in verschillende lidstaten cumuleren om tot de vereiste verblijfsduur te komen, mits hij:

a) vijf jaar legaal en ononderbroken op het grondgebied van de Gemeenschap verblijft als houder van een Europese blauwe kaart;

b) onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van de desbetreffende aanvraag twee jaar legaal en ononderbroken als houder van een Europese blauwe kaart heeft verbleven op het grondgebied van de lidstaat waar de aanvraag voor de verblijfsvergunning als langdurig ingezetene wordt ingediend.

3. Voor de berekening van de duur van het legaal en ononderbroken verblijf en in afwijking van artikel 4, lid 3, eerste alinea, van Richtlijn 2003/109/EG, vormen perioden van afwezigheid van het grondgebied van de Gemeenschap geen onderbreking van de in lid 2, onder a), van dit artikel bedoelde periode, indien zij minder dan twaalf achtereenvolgende maanden duren en in totaal binnen de in lid 2, onder a), van dit artikel bedoelde periode niet langer zijn dan achttien maanden. Dit lid is ook van toepassing wanneer de houder van een Europese blauwe kaart geen gebruik heeft gemaakt van de in artikel 18 geboden mogelijkheid.

4. In afwijking van artikel 9, lid 1, onder c), van Richtlijn 2003/109/EG verlengen de lidstaten de toegestane periode van afwezigheid van het grondgebied van de Gemeenschap voor langdurig ingezetenen met een verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen voorzien van de in artikel 17, lid 2, van deze richtlijn bedoelde vermelding en hun gezinsleden die de status van langdurig ingezetene hebben, tot 24 achtereenvolgende maanden.

5. De in de leden 3 en 4 van dit artikel geformuleerde afwijkingen van Richtlijn 2003/109/EG mogen worden beperkt tot gevallen waarin de betrokken onderdaan van een derde land kan aantonen dat hij het grondgebied van de Gemeenschap heeft verlaten om in zijn land van herkomst een economische activiteit uit te oefenen als werknemer of als zelfstandige, vrijwilligerswerk te doen of een studie te volgen.

6. Artikel 14, lid 1, onder f), en artikel 15 blijven van toepassing op de houder van een verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen met de in artikel 17, lid 2, bedoelde vermelding, nadat de houder van de Europese blauwe kaart een langdurig ingezetene is geworden.