Dutch Legislation

Article 14

in force

RIGHTS

Directive 2009/50/EC — EU Blue Card · Chapter 4 · In force since None

Source

1. EU Blue Card holders shall enjoy equal treatment with nationals of the Member State issuing the Blue Card, as regards:

(a) working conditions, including pay and dismissal, as well as health and safety requirements at the workplace;

(b) freedom of association and affiliation and membership of an organisation representing workers or employers or of any organisation whose members are engaged in a specific occupation, including the benefits conferred by such organisations, without prejudice to the national provisions on public policy and public security;

(c) education and vocational training;

(d) recognition of diplomas, certificates and other professional qualifications in accordance with the relevant national procedures;

(e) provisions in national law regarding the branches of social security as defined in Regulation (EEC) No 1408/71. The special provisions in the Annex to Regulation (EC) No 859/2003 shall apply accordingly;

(f) without prejudice to existing bilateral agreements, payment of income-related acquired statutory pensions in respect of old age, at the rate applied by virtue of the law of the debtor Member State(s) when moving to a third country;

(g) access to goods and services and the supply of goods and services made available to the public, including procedures for obtaining housing, as well as information and counselling services afforded by employment offices;

(h) free access to the entire territory of the Member State concerned, within the limits provided for by national law.

2. With respect to paragraph 1(c) and (g) the Member State concerned may restrict equal treatment as regards study and maintenance grants and loans or other grants and loans regarding secondary and higher education and vocational training, and procedures for obtaining housing.

With respect to paragraph 1(c):

(a) access to university and post-secondary education may be subject to specific prerequisites in accordance with national law;

(b) the Member State concerned may restrict equal treatment to cases where the registered or usual place of residence of the EU Blue Card holder, or that of the family member for whom benefits are claimed, lies within its territory.

Paragraph 1(g) shall be without prejudice to the freedom of contract in accordance with Community and national law.

3. The right to equal treatment as laid down in paragraph 1 shall be without prejudice to the right of the Member State to withdraw or to refuse to renew the EU Blue Card in accordance with Article 9.

4. When the EU Blue Card holder moves to a second Member State in accordance with Article 18 and a positive decision on the issuing of an EU Blue Card has not yet been taken, Member States may limit equal treatment in the areas listed in paragraph 1, with the exception of 1(b) and (d). If, during this period, Member States allow the applicant to work, equal treatment with nationals of the second Member State in all areas of paragraph 1 shall be granted.

1. De houder van de Europese blauwe kaart wordt op dezelfde manier behandeld als de onderdanen van de lidstaat die de blauwe kaart heeft afgegeven, op het vlak van:

a) arbeidsvoorwaarden, zoals salaris en ontslag, en de voorschriften inzake gezondheid en veiligheid op het werk;

b) vrijheid van vereniging en aansluiting bij of lidmaatschap van een werkgevers- of werknemersorganisatie of een andere organisatie waarvan de leden een bepaald beroep uitoefenen, met inbegrip van de door dergelijke organisaties verschafte voordelen, zonder dat wordt geraakt aan de nationale bepalingen inzake openbare orde en openbare veiligheid;

c) onderwijs en beroepsopleiding;

d) erkenning van diploma’s, certificaten en andere beroepskwalificaties, overeenkomstig de desbetreffende nationale procedures;

e) bepalingen in de nationale wetgeving inzake takken van sociale zekerheid zoals beschreven in Verordening (EEG) nr. 1408/71. De bijzondere bepalingen in de bijlage bij Verordening (EG) nr. 859/2003 zijn van overeenkomstige toepassing;

f) onverminderd bestaande bilaterale overeenkomsten, de uitkering van inkomensgerelateerde verworven wettelijke pensioenen uit hoofde van ouderdom, berekend krachtens de wetgeving van de lidstaat of lidstaten die deze verschuldigd zijn, bij verhuizing naar een derde land;

g) toegang tot goederen en diensten en de levering van voor het publiek beschikbare goederen en diensten, inclusief huisvestingsprocedures alsmede voorlichting en advies van arbeidsbureaus;

h) vrije toegang tot het gehele grondgebied van de betrokken lidstaat, binnen de beperkingen die door de nationale wetgeving worden opgelegd.

2. Met betrekking tot lid 1, onder c) en g), mogen de betrokken lidstaten de gelijke behandeling inzake studie- en onderhoudstoelagen en -beurzen of andere toelagen en beurzen voor secundair en hoger onderwijs en beroepsopleiding en huisvestingsprocedures beperken.

Met betrekking tot lid 1, onder c):

a) kan voor toegang tot de universiteit en postsecundair onderwijs worden verlangd dat aan specifieke voorwaarden wordt voldaan, overeenkomstig de nationale wetgeving.

b) mag de betrokken lidstaat de gelijke behandeling beperken tot gevallen waarin de geregistreerde of gebruikelijke verblijfplaats van de houder van de Europese blauwe kaart of van de gezinsleden voor wie voordelen worden opeist, op zijn grondgebied is gelegen.

Lid 1, onder g), geldt onverminderd de contractsvrijheid overeenkomstig het communautaire en nationale recht.

3. Het bij lid 1 vastgestelde recht van gelijke behandeling laat het recht van de lidstaat om de Europese blauwe kaart in te trekken of niet te verlengen krachtens artikel 9, onverlet.

4. Wanneer de houder van een Europese blauwe kaart naar een tweede lidstaat verhuist overeenkomstig artikel 18 en er nog geen positieve beslissing is genomen over de afgifte van een Europese blauwe kaart, mogen de lidstaten de gelijke behandeling op de in lid 1 genoemde gebieden beperken, met uitzondering van de punten b) en d). Indien de lidstaten de aanvrager gedurende deze periode toestaan te werken, krijgt deze op alle in lid 1 genoemde gebieden dezelfde behandeling als onderdanen van de tweede lidstaat.