Dutch Legislation

Article 7

in force

EU BLUE CARD, PROCEDURE AND TRANSPARENCY

Directive 2009/50/EC — EU Blue Card · Chapter 3 · In force since None

Source

1. A third-country national who has applied and fulfils the requirements set out in Article 5 and for whom the competent authorities have taken a positive decision in accordance with Article 8 shall be issued with an EU Blue Card.

The Member State concerned shall grant the third-country national every facility to obtain the requisite visas.

2. Member States shall set a standard period of validity of the EU Blue Card, which shall be comprised between one and four years. If the work contract covers a period less than this period, the EU Blue Card shall be issued or renewed for the duration of the work contract plus three months.

3. The EU Blue Card shall be issued by the competent authorities of the Member State using the uniform format as laid down in Regulation (EC) No 1030/2002. In accordance with point (a) 7,5-9 of the Annex to that Regulation, Member States shall indicate on the EU Blue Card the conditions for access to the labour market as set out in Article 12(1) of this Directive. Under the heading ‘type of permit’ in the residence permit, Member States shall enter ‘EU Blue Card’.

4. During the period of its validity, the EU Blue Card shall entitle its holder to:

(a) enter, re-enter and stay in the territory of the Member State issuing the EU Blue Card;

(b) the rights recognised in this Directive.

1. Een onderdaan van een derde land die een aanvraag heeft ingediend en voldoet aan de voorwaarden van artikel 5 en ten aanzien van wie de bevoegde autoriteiten een positieve beslissing hebben genomen overeenkomstig artikel 8, krijgt een Europese blauwe kaart uitgereikt.

De betrokken lidstaat biedt de onderdaan van een derde land alle faciliteiten om de benodigde visa te verkrijgen

2. De lidstaten stellen een standaardgeldigheidsduur voor de Europese blauwe kaart vast, die ligt tussen één en vier jaar. Indien de arbeidsovereenkomst een kortere looptijd heeft, wordt de Europese blauwe kaart afgegeven voor of verlengd met de duur van de arbeidsovereenkomst plus drie maanden.

3. De Europese blauwe kaart die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat wordt afgegeven, beantwoordt aan het uniforme model dat wordt beschreven in Verordening (EG) nr. 1030/2002. Overeenkomstig punt a) 7.5-9 van de bijlage bij die verordening vermelden de lidstaten op de Europese blauwe kaart de voorwaarden voor toegang tot de arbeidsmarkt die zijn vastgelegd in artikel 12, lid 1, van deze richtlijn. In de rubriek „soort titel” op die verblijfsvergunning vermelden de lidstaten „Europese blauwe kaart”.

4. Tijdens de geldigheidsduur geeft de Europese blauwe kaart de houder:

a) het recht het grondgebied van de lidstaat die de kaart heeft afgegeven, binnen te gaan, opnieuw binnen te gaan en erop te verblijven;

b) de in deze richtlijn toegekende rechten.