Artikel 7
geldendEUROPESE BLAUWE KAART: PROCEDURE EN TRANSPARANTIE
1. Een onderdaan van een derde land die een aanvraag heeft ingediend en voldoet aan de voorwaarden van artikel 5 en ten aanzien van wie de bevoegde autoriteiten een positieve beslissing hebben genomen overeenkomstig artikel 8, krijgt een Europese blauwe kaart uitgereikt.
De betrokken lidstaat biedt de onderdaan van een derde land alle faciliteiten om de benodigde visa te verkrijgen
2. De lidstaten stellen een standaardgeldigheidsduur voor de Europese blauwe kaart vast, die ligt tussen één en vier jaar. Indien de arbeidsovereenkomst een kortere looptijd heeft, wordt de Europese blauwe kaart afgegeven voor of verlengd met de duur van de arbeidsovereenkomst plus drie maanden.
3. De Europese blauwe kaart die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat wordt afgegeven, beantwoordt aan het uniforme model dat wordt beschreven in Verordening (EG) nr. 1030/2002. Overeenkomstig punt a) 7.5-9 van de bijlage bij die verordening vermelden de lidstaten op de Europese blauwe kaart de voorwaarden voor toegang tot de arbeidsmarkt die zijn vastgelegd in artikel 12, lid 1, van deze richtlijn. In de rubriek „soort titel” op die verblijfsvergunning vermelden de lidstaten „Europese blauwe kaart”.
4. Tijdens de geldigheidsduur geeft de Europese blauwe kaart de houder:
a) het recht het grondgebied van de lidstaat die de kaart heeft afgegeven, binnen te gaan, opnieuw binnen te gaan en erop te verblijven;
b) de in deze richtlijn toegekende rechten.