Dutch Legislation

Article 8

in force

EU BLUE CARD, PROCEDURE AND TRANSPARENCY

Directive 2009/50/EC — EU Blue Card · Chapter 3 · In force since None

Source

1. Member States shall reject an application for a EU Blue Card whenever the applicant does not meet the conditions set out in Article 5 or whenever the documents presented have been fraudulently acquired, or falsified or tampered with.

2. Before taking the decision on an application for an EU Blue Card, and when considering renewals or authorisations pursuant to Article 12(1) and (2) during the first two years of legal employment as an EU Blue Card holder, Member States may examine the situation of their labour market and apply their national procedures regarding the requirements for filling a vacancy.

Member States may verify whether the concerned vacancy could not be filled by national or Community workforce, by third-country nationals lawfully resident in that Member State and already forming part of its labour market by virtue of Community or national law, or by EC long-term residents wishing to move to that Member State for highly qualified employment in accordance with Chapter III of Directive 2003/109/EC.

3. An application for an EU Blue Card may also be considered as inadmissible on the grounds of Article 6.

4. Member States may reject an application for an EU Blue Card in order to ensure ethical recruitment in sectors suffering from a lack of qualified workers in the countries of origin.

5. Member States may reject an application for an EU Blue Card if the employer has been sanctioned in conformity with national law for undeclared work and/or illegal employment.

1. De lidstaten wijzen een aanvraag voor een Europese blauwe kaart af indien de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden die zijn geformuleerd in artikel 5 of indien de overgelegde documenten op frauduleuze wijze zijn verkregen, dan wel vervalst of veranderd zijn.

2. Alvorens een beslissing over een aanvraag voor een Europese blauwe kaart te nemen, en wanneer zij op grond van artikel 12, leden 1 en 2, een toestemming of verlenging in overweging nemen gedurende de eerste twee jaar van legaal werk door de houder van een Europese blauwe kaart, kunnen de lidstaten de situatie op hun arbeidsmarkt onderzoeken en hun nationale procedures betreffende de voorwaarden voor het vervullen van een vacature toepassen.

De lidstaten kunnen nagaan of de betrokken vacature niet zou kunnen worden vervuld door een nationale of communautaire arbeidskracht, door een onderdaan van een derde land die legaal in de bewuste lidstaat verblijft en daar reeds deel uitmaakt van de arbeidsmarkt op grond van het communautaire of nationale recht, dan wel door een langdurig ingezetene die zich naar die lidstaat wenst te begeven met het oog op een hoog gekwalificeerde baan in overeenstemming met hoofdstuk III van Richtlijn 2003/109/EG.

3. Een aanvraag voor een Europese blauwe kaart kan tevens onontvankelijk worden geacht op grond van artikel 6.

4. De lidstaten kunnen een aanvraag voor een Europese blauwe kaart afwijzen met het oog op een ethisch wervingsbeleid in sectoren, in de landen van oorsprong, die te kampen hebben met een tekort aan arbeidskrachten.

5. De lidstaten mogen een aanvraag voor een Europese blauwe kaart afwijzen indien tegen de werkgever naar nationaal recht een sanctie is uitgesproken voor zwartwerk en/of illegale tewerkstelling.