Dutch Legislation

Article 16

in force

Pension agreement · § Contents of the pension agreement

Pensions Act (Pensioenwet) · Chapter 2 · § 2.2 · In force since 2026-01-01

Source
1.

If a pension agreement provides for a survivor's pension, the following conditions shall be met:

a.

a survivor's pension in the event of death before the pension date concerns a survivor's pension on a risk basis and the amount is independent of the length of service;

b.

a partner pension in the event of death on or after the pension date concerns a partner pension on an accrual basis;

c.

if a partner pension is provided for, the pension agreement shall provide for a partner pension for all partner relationships and no distinction shall be made based on the type of partner relationship; and

d.

if an orphan's pension (wezenpensioen) is concerned, it shall be stipulated in the pension agreement that the child is entitled to an orphan's pension until the child reaches the age of 25 and that the orphan's pension shall be paid out up to and including the calendar month in which the child reaches the age of 25.

2.

For the purposes of this Act, an employee or former employee may have only one partner at any given time. If the employee or former employee would have more than one partner at that time, only the partner from the oldest relationship shall be designated as the partner within the meaning of this Act.

3.

Any clause in violation of this Article is void.

1.

Indien een pensioenovereenkomst voorziet in een nabestaandenpensioen wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

a.

een nabestaandenpensioen bij overlijden voor pensioendatum betreft een nabestaandenpensioen op risicobasis en de hoogte is diensttijdonafhankelijk;

b.

een partnerpensioen bij overlijden op of na pensioendatum betreft een partnerpensioen op opbouwbasis;

c.

indien sprake is van een partnerpensioen, voorziet de pensioenovereenkomst voor alle partnerrelaties in partnerpensioen en wordt geen onderscheid gemaakt al naar gelang het type partnerrelatie; en

d.

indien sprake is van een wezenpensioen wordt in de pensioenovereenkomst bepaald dat het kind aanspraak maakt op wezenpensioen tot het kind 25 jaar wordt en dat het wezenpensioen wordt uitgekeerd tot en met de kalendermaand waarin het kind 25 jaar wordt.

2.

Voor de toepassing van deze wet kan een werknemer of gewezen werknemer op enig moment slechts één partner hebben. Indien de werknemer of gewezen werknemer op dat moment meer dan één partner zou hebben, wordt alleen de partner uit de oudste relatie als partner in de zin van deze wet aangemerkt.

3.

Elk beding in strijd met dit artikel is nietig.