Dutch Legislation

Article 34

in force

Supervision and the use of force

Custodial Institutions Act (Pbw) · Chapter VI · In force since 2021-01-01

Source
1.

The director is authorised to examine the living quarters of a detainee for the presence of objects which he is not permitted to possess.

a.

if this investigation takes place within the framework of general supervision regarding the presence of prohibited items in the living quarters of detainees;

b.

if this is otherwise necessary in the interest of maintaining order or safety within the institution.

2.

Article 29, paragraph 5, shall apply mutatis mutandis.

3.

The director is authorised to search the living quarters of a detainee for the presence of objects on which cellular material of the detainee is suspected to be present and to seize these objects, if the public prosecutor has given him an order to seize these objects pursuant to Article 6, paragraph 1, of the DNA Investigation (Convicted Persons) Act.

1.

De directeur is bevoegd de verblijfsruimte van een gedetineerde op de aanwezigheid van voorwerpen die niet in zijn bezit mogen zijn te onderzoeken:

a.

indien dit onderzoek plaatsvindt in het kader van het algemeen toezicht op de aanwezigheid van verboden voorwerpen in de verblijfsruimten van gedetineerden;

b.

indien dit anderszins noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting.

2.

Artikel 29, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

3.

De directeur is bevoegd de verblijfsruimte van een gedetineerde te onderzoeken op de aanwezigheid van voorwerpen waarop vermoedelijk celmateriaal van de gedetineerde aanwezig is en deze voorwerpen in beslag te nemen, indien de officier van justitie hem op grond van artikel 6, eerste lid, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden een opdracht tot het in beslag nemen van deze voorwerpen heeft gegeven.