Article 17
in forceSelection and selection procedure · § Petition and objection proceedings
The person concerned has the right to submit a reasoned statement of objection against the decision:
to placement or transfer as referred to in Article 15, paragraph 1;
for the termination of his participation in a penitentiary programme;
to refuse the appointment of a legal aid provider as referred to in Article 40a, paragraphs five and six;
to grant the order referred to in Article 40d;
to extend or amend the order referred to in Article 40e.
Article 61, paragraphs 2, 4 and 5, shall apply mutatis mutandis to the manner of submission. Article 73, paragraphs 5 up to and including 9, shall apply mutatis mutandis to the handling of a notice of objection against the decisions referred to in the first paragraph, points (c) and (d).
Our Minister shall provide the person concerned with the opportunity to explain their notice of objection in writing or orally, unless the Minister considers it immediately manifestly inadmissible, manifestly unfounded, or manifestly well-founded.
Our Minister shall inform the petitioner of the objection in writing, and as much as possible in a language understandable to them, of his reasoned decision within six weeks. In doing so, he shall point out the possibility of lodging an appeal as referred to in Chapter XIII, as well as the time limits within which and the manner in which this must be done.
The filing of a notice of objection shall be omitted if the person concerned has been afforded the opportunity to make known their objections against a decision intended by Our Minister and concerning them as referred to in the first paragraph.
De betrokkene heeft het recht een met redenen omkleed bezwaarschrift in te dienen tegen de beslissing:
tot plaatsing of overplaatsing als bedoeld in artikel 15, eerste lid;
tot beëindiging van zijn deelname aan een penitentiair programma;
tot het weigeren van de aanwijzing van een rechtsbijstandverlener als bedoeld in artikel 40a, vijfde en zesde lid;
tot het geven van het bevel, bedoeld in artikel 40d;
tot het verlengen of wijzigen van het bevel, bedoeld in artikel 40e.
Op de wijze van indiening is artikel 61, tweede, vierde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing. Op de behandeling van een bezwaarschrift op de beslissingen bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, is artikel 73, vijfde tot en met negende lid, van overeenkomstige toepassing.
Onze Minister stelt de betrokkene in de gelegenheid schriftelijk of mondeling diens bezwaarschrift toe te lichten, tenzij hij het aanstonds kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht.
Onze Minister stelt de indiener van het bezwaarschrift binnen zes weken van zijn met redenen omklede beslissing schriftelijk en zoveel mogelijk in een voor deze begrijpelijke taal op de hoogte. Hierbij wijst hij hem op de mogelijkheid van het instellen van beroep, bedoeld in hoofdstuk XIII, alsmede de termijnen waarbinnen en de wijze waarop dit gedaan moet worden.
Het indienen van een bezwaarschrift blijft achterwege, indien de betrokkene in de gelegenheid is gesteld zijn bezwaren tegen een door Onze Minister voorgenomen en hem betreffende beslissing als bedoeld in het eerste lid kenbaar te maken.