Dutch Legislation

Article 48

in force

Powers and facilities of municipalities

Participation Act (Participatiewet) · Chapter 6 · In force since 2017-01-01

Source
1.

Unless otherwise provided by this law, the assistance shall be granted free of charge.

2.

Assistance may be granted in the form of a loan or a guarantee if:

a.

it can be reasonably assumed that the interested party will, in the short term, have sufficient means to provide for the necessary costs of existence over the period concerned;

b.

the necessity of providing assistance is the result of a deficient sense of responsibility for the provision of the means of subsistence;

c.

the application concerns a security deposit to be paid by the interested party;

d.

it concerns assistance for the partial or full settlement of a debt burden.

3.

The municipal executive may attach obligations to the provision of assistance in the form of a loan, which are aimed at providing additional security for the performance of the interest and redemption obligations attached to this assistance.

4.

If the person to whom assistance in the form of a loan is granted receives general assistance or a benefit on the basis of the Act on Income Provision for Older and Partially Disabled Unemployed Workers, the Act on Income Provision for Older and Partially Disabled Former Self-Employed Persons or the Decree on Assistance for the Self-Employed 2004, the municipal executive (college) is authorised to set off that loan against that general assistance or benefit.

1.

Tenzij in deze wet anders is bepaald, wordt de bijstand verleend om niet.

2.

Bijstand kan worden verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht indien:

a.

redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien;

b.

de noodzaak tot bijstandsverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan;

c.

de aanvraag een door de belanghebbende te betalen waarborgsom betreft;

d.

het bijstand ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast betreft.

3.

Het college kan aan het verlenen van bijstand in de vorm van een geldlening verplichtingen verbinden die zijn gericht op meerdere zekerheid voor de nakoming van de aan deze bijstand verbonden rente- en aflossingsverplichtingen.

4.

Indien de persoon aan wie bijstand in de vorm van een geldlening wordt verleend algemene bijstand of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 ontvangt, is het college bevoegd tot verrekening van die geldlening met die algemene bijstand of uitkering.