Article 33
in forceGeneral assistance
If income in kind is taken into account, the value thereof shall be determined at the amount sacrificed therefor by the interested party.
Income from student finance under the Student Finance Act 2000 (Wet studiefinanciering 2000) shall be taken into account according to the applicable standard amount for the cost of living, as referred to in Article 3.18 of the Student Finance Act 2000 and, if a supplement as referred to in Article 3.5 of that Act has been granted, the amount of the supplement referred to in Article 3.18 of that Act.
The allowance for the tuition contribution and school costs pursuant to Chapter 4 of the Tuition Contribution and School Costs Allowance Act (Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten) shall be taken into account according to the standard amount for the basic grant, as referred to in Article 4.3 of that Act.
If the interested party occupies the dwelling with one or more tenants, subtenants or boarders, the resulting lower general necessary costs of living shall be taken into account as income, provided that these have not yet been taken into account in the determination of the standard referred to in Article 22a.
If the single person, the single parent or one of the spouses has reached the pensionable age, a private old-age provision received in the form of a periodic benefit shall be disregarded for the determination of the level of general assistance up to an amount of:
for a single person and a single parent: € 26.50 per calendar month;
for the spouses together: € 53.00 per calendar month.
If the interested party provides unpaid informal care (mantelzorg), the provision of this care shall not be considered as work to be valued as wages for the purpose of determining the amount of general assistance.
Indien inkomen in natura in aanmerking wordt genomen wordt de waarde daarvan vastgesteld op het daarvoor door belanghebbende opgeofferde bedrag.
Het inkomen uit studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 wordt in aanmerking genomen naar het van toepassing zijnde normbedrag voor de kosten van levensonderhoud, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000 en, indien een toeslag als bedoeld in artikel 3.5 van die wet is toegekend, het bedrag aan toeslag, genoemd in artikel 3.18 van die wet.
De tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten wordt in aanmerking genomen naar het normbedrag voor de basistoelage, bedoeld in artikel 4.3 van die wet.
Indien de belanghebbende de woning bewoont met een of meer huurders, onderhuurders of kostgangers, worden de daaruit voortvloeiende lagere algemene noodzakelijke kosten van het bestaan als inkomen in aanmerking genomen indien daarmee nog geen rekening is gehouden bij de vaststelling van de norm, bedoeld in artikel 22a.
Indien de alleenstaande, de alleenstaande ouder of een van de echtgenoten de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, wordt voor de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand een in de vorm van een periodieke uitkering ontvangen particuliere oudedagsvoorziening buiten beschouwing gelaten tot een bedrag van:
voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder: € 26,50 per kalendermaand;
voor de gehuwden tezamen: € 53,00 per kalendermaand.
Indien de belanghebbende onbetaalde mantelzorg verleent, wordt voor de vaststelling van de hoogte van de algemene bijstand het verlenen van deze zorg niet beschouwd als op loon te waarderen arbeid.